student institute of peace- and security issues                       

Verslag Van Eekelen Lezing

Verslag Van Eekelen Lezing
Door Wilco van der Leun

“Veranderende veiligheid: De gevolgen van Afghanistan voor de NAVO en de EU”

Op donderdag 5 april 2007 vond in Leiden de jaarlijkse lezing van Dr. W.F. van Eekelen plaats. Hieronder vindt u een samenvatting van de lezing en de daaropvolgende vragenronde.

Introductie

Afghanistan, maar ook Irak, zijn gebieden die belangrijke gevolgen hebben voor de toekomst van zowel de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) als de Europese Unie (EU). Om goed met deze uitdagingen om te gaan zijn twee strategieën nodig. Als eerste geldt, dat participatie de sleutel tot veiligheid is. Ten tweede is het belangrijk dat deze participatie complementair is.

Veiligheid door participatie

Een belangrijke vraag is hoe er politiek gezien met gebieden zoals Afghanistan en Irak moet worden omgegaan. De beste optie is om gematigde Arabische landen te betrekken bij de toekomst van deze landen en zo een burgeroorlog te voorkomen. Uiteindelijk zullen alle inspanningen in die gebieden een mengvorm moeten zijn van duidelijke aanwezigheid, praten, hulpprojecten opzetten die nuttig zijn (bijvoorbeeld een alternatief voor de papaverteelt in Afghanistan) en het bieden van stabiliteit. Uiteraard zijn er grote verschillen tussen Afghanistan en Irak. Dat laatste land wordt bewoond door drie stammen die nooit met elkaar overweg konden, maar moesten samenleven onder het juk van Saddam Hussein. Net zoals in het Joegoslavië van Tito zou de mogelijke opsplitsing van Irak dramatische consequenties kunnen hebben. Afghanistan daarentegen worstelt niet met deze problematiek en heeft daarom een iets rooskleuriger toekomstperspectief.

Complementaire participatie

De geschiedenis heeft geleerd dat de Atlantische inbreng en de bijdrage van de EU elkaar aanvullen. Problemen zoals de Koude Oorlog vereisten zowel activiteit van de EU als die van de Verenigde Staten (VS). Ook de hedendaagse problemen, zoals de klimaatverandering, maken een gezamenlijk optreden van de EU en VS noodzakelijk. De complementariteit vloeit voort uit de verschillende mentaliteiten. Waar de EU meer in zichzelf is gekeerd en zich vooral richt op haar verdediging, opereert de VS vooral naar buiten en houdt zich meer bezig met het voeren van oorlogen. Door ieder haar sterke kanten te laten gebruiken, wordt het eindresultaat beter dan hetgeen ieder afzonderlijk kan bereiken.
Niettemin is een probleem dat de Europeanen een gebrek aan strategische visie hebben. Deels komt dit door de verdeeldheid binnen de EU. Hoewel Javier Solana in zijn functie als Hoge Vertegenwoordiger van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid van de Unie wel een aantal prioriteiten heeft kunnen vaststellen (bestrijding van het terrorisme, het tegengaan van verspreiding van nucleaire wapens, en het voorkomen van falende staten en georganiseerde misdaad) is er geen sprake van een echte coherente strategische visie. Anderzijds zijn de Amerikanen ook huiverig voor te veel eenheid in het beleid van Europa. Ze zijn liever vanaf het begin bij de besluitvorming betrokken, zodat ze nog invloed kunnen uitoefenen. Ook hebben ze de angst dat de EU onder Franse invloed een te veel anti-Amerikaanse positie zal innemen.
Een ander probleem is dat de complementariteit van de EU en de VS niet altijd daadwerkelijk zijn uitvoering krijgt. Zo is er in Afghanistan een betere afstemming nodig tussen de wederopbouwprojecten die voornamelijk door de EU worden gecoördineerd en de militaire acties die onder leiding van de VS staan. Met name de zogeheten “Provinciale Reconstructie Teams” hebben te weinig middelen om daadwerkelijk een rol van betekenis te spelen, ondanks het feit dat wederopbouw niet kan geschieden zonder een stabiele militaire situatie en vice versa.

De Nederlandse bijdrage

Helaas doet Nederland weinig om een betere samenhang tussen militaire aspecten en ontwikkelingswerkzaamheden mogelijk te maken. Dit is betreurenswaardig, zeker wanneer men zich realiseert dat Nederland van oudsher een brugfunctie heeft vervuld. Dit is echter geen kritiek op Nederlands defensiebeleid, want we hebben verantwoordelijkheid genomen. Het levert aanzien op als je ook buiten je eigen directe belangen kijkt en daadwerkelijk soldaten inzet, zoals nu in Afghanistan het geval is. Natuurlijk zijn er wel grenzen. Zo moet het niet zo zijn dat andere landen van onze inspanningen profiteren zonder er zelf ook aan bij te dragen. Dat is nu echter het grote vraagteken: zijn andere landen bereid om mee te doen in Afghanistan?

Conclusie

Participatie is de sleutel tot veiligheid. Alleen door gematigde Arabische landen te betrekken bij Afghanistan en Irak kan een oplossing worden gevonden. Ook is het belangrijk dat de participatie van de EU en de VS complementair blijft. Wanneer beide zich richten op hun sterke punten, is het eindresultaat beter dan ieder afzonderlijk kan bereiken. Nederland onttrekt zich zeker niet aan haar taken op het gebied van veiligheid, maar moet proberen om meer de brugfunctie te vervullen die zij van oudsher heeft uitgeoefend.

Curriculum Vitae

Dr. W.F. van Eekelen (1931) was namens de VVD onder andere lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (1977-1978, 1981-1982, 1986), staatssecretaris van Defensie (1978-1981), staatssecretaris van Europese Zaken (1982-1986), minister van Defensie (1986-1988), secretaris-generaal van de West Europese Unie (1989-1994), en lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal (1995-2003). Sinds 21 december 1988 is hij Grootofficier in de Orde van Oranje-Nassau en sinds 13 november 1994 is hij Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Dr. Van Eekelen is tevens de voorzitter van de Raad van Advies van Stichting JASON.

Bron: http://www.parlement.com/

eek2.JPG
eek1.JPG