student institute of peace- and security issues
student institute of peace- and security issues
Door Wladimir van Wilgenburg - In plaats van de saaie collegebanken zat ik in maart van dit jaar in Irak om meer te begrijpen over de veiligheid en het politieke proces in Irak. Mijn reis bracht mij voornamelijk in Koerdistan en de betwistte gebieden Mosul en Kirkuk. Ondanks de nog aanhoudende onveiligheid en de vele slachtoffers van de oorlog, bestempelen de Amerikaanse media Irak al als een succes. Amerikaanse kranten proberen Irak als een succesverhaal te verkopen aan de eigen bevolking om de bevolking voor te bereiden op de geleidelijke terugtrekking: “the Iraqis can take care of themselves. The job is done boys!” Ook het Nederlandse VN-hoofd Ad Melkert is voorzichtig positief. Toch is het Amerikaanse leger bang voor een nieuwe oorlog tussen Arabieren en Koerden en slechts 31% van de Iraakse bevolking denkt dat Irak veilig is.
Het is lastig om te begrijpen wat er in Irak gaande is vanuit de denktanks in Londen, Washington en Stockholm, of zelfs vanuit de relatieve veiligheid van de Groene Zone. Nog steeds wachten vier tot vijf miljoen vluchtelingen binnen en buiten Irak op terugkeer naar hun thuis. Volgens de Iraakse journaliste Mina Al-Oraibi heerst er zeven jaar na de oorlog tegen Saddam, nog steeds angst en is de Iraakse samenleving getraumatiseerd. Maar er zijn ook positieve ontwikkelingen, zoals het vrije Koerdistan.
Het relatief veilige Koerdistan is niet te vergelijken met de rest van Irak, waar er nog steeds veel geweld is. Terwijl het zuiden van Irak voornamelijk bestaat uit Arabieren van de sjiietische geloofsstroming en centraal Irak bestaat uit soennitische Arabieren, hebben de Koerden in het noorden van Irak een eigen autonome regio Koerdistan. Volgens Melkert is er hier sprake van een bloeiende economie, maar in de praktijk heerst er ook veel corruptie en nepotisme. De Patriottistische Unie van Koerdistan (PUK) geleid door de Iraakse president Talabani, bestuurt met zijn voormalige rivaal, de Democratische Partij van Koerdistan (KDP) van de Koerdische president Barzani sinds 1991 de autonome regio Koerdistan in Irak.
Recentelijk is er ook een nieuwe Koerdische oppositiepartij opgericht, Gorran (Verandering) geheten, die de regerende partijen beticht van corruptie en machtsmisbruik. De partij kopieerde een aantal slogans van Obama om verandering te brengen in Koerdistan, maar het lijkt erop dat de partij slechts acht zetels heeft gehaald. Doordat de Koerdische stem verdeeld is, heeft het de Koerden zes zetels gekost in Bagdad. Naast de interne verdeeldheid onder de Koerden hebben deze ook nog steeds een conflict met Bagdad over wie het regionale Koerdische leger (Peshmerga) gaat betalen, over de export van olie, alsook de zeggenschap over de zogenoemde betwistte gebieden. Buurlanden zoals Turkije bekijken de ontwikkelingen met argusogen, uit angst voor Koerdisch nationalisme op eigen bodem.
Volgens Iraaks grondwetsartikel 140 zijn er in Irak verschillende betwistte gebieden waarvan de grenzen nog niet duidelijk zijn. Saddam Hussein probeerde grote, door Koerden en Turkmenen bewoonde gebieden te Arabiseren door migratie ernaartoe te stimuleren. Artikel 140 zou dit terug moeten draaien en via een referendum bepalen of betwistte provincies zoals Kirkuk, Mosul en Diyala onder het gezag vallen van Koerdistan of bij Baghdad blijven. Bagdad heeft zich echter sterk verzet tegen de uitvoering van het artikel, ook gezien de prognose dat 13% van de Iraakse olie hier in de grond zit.
Als de Koerden niet snel een oplossing afdwingen van Bagdad, zullen deze gebieden voor de Koerden verloren zijn. Zowel de internationale gemeenschap als de buurlanden zijn tegen de toevoeging van olierijke gebieden aan de regio Koerdistan, bang dat dit kan leiden tot Koerdische afscheiding in eigen land of conflicten met buurlanden. Ze zullen de Koerden onder druk blijven zetten om concessies af te dwingen: Koerden hebben namelijk geen grote statelijke broer, zoals de sjiieten in Iran en de Arabische soennieten in Saoedi-Arabië.
In de laatste twee jaar liep het twee keer bijna uit op oorlog tussen het Iraakse leger en de Koerdische troepen. Terroristische groeperingen pleegden ook aanslagen in Kirkuk en Mosul om spanningen te vergroten tussen Koerden. In 2008 kwamen ongeveer de vijftig Koerden om bij een aanslag in een restaurant in Kirkuk. Tijdens een interview vertelde de antiterrorisme chef Lahur Talabani mij dat “de plegers een nep-website hadden opgezet en de aanslag opeisten als zijnde een Turkmeense groep, terwijl het eigenlijk een andere groepering uit Mosul was die een oorlog trachtten te ontketenen tussen Turkmenen en Koerden.”
De spanningen over dit soort twistappels zorgt voor een vertraging van de terugtrekking van het Amerikaanse leger uit Irak. Verschillende Amerikaanse generaals geven aan dat de Amerikaanse troepen nog langer nodig zijn totdat de Arabieren en Koerden een oplossing hebben bereikt over de toekomst van Noord-Irak. De hoogste Amerikaanse generaal in Irak, Ray Odierno zei dat hij nog 50.000 troepen nodig had in Noord-Irak om mogelijke spanningen te voorkomen. Echter is nu het plan om het aantal troepen in Noord-Irak terug te brengen van 22.000 tot 9.000.
Om de Koerdisch-Arabische spanningen te verminderen, hebben de Amerikanen de zogenoemde Combined Security Units opgericht. Deze eenheden bestaan uit zowel Amerikanen, Koerden als Arabieren en voeren nog beperkt operaties uit. Deze eenheden staan bekend als de Gouden Leeuwen en bemannen de vele checkpoints in de gebieden waar er eerder botsingen waren tussen Koerden en Arabische troepen. Deze checkpoints bevinden zich op deze zogenoemde fault lines of trigger lines tussen Koerden en Arabieren om conflicten te voorkomen. Echter, zolang er geen politieke oplossing is gevonden gebied, zullen spanningen voortduren.
Dit werd al snel duidelijk bij mijn spaakgelopen poging om de gouverneur van Mosul, Athil al-Nujaifi, te spreken. Koerdische soldaten van een Iraakse legereenheid lieten mij direct merken dat ze de Arabisch nationalistische gouverneur niet mogen. “Je zal niets bereiken bij die gouverneur.” Uiteindelijk werd ik dan ook niet toegelaten bij hem. Wat ook meespeelde was dat Mosul een van de gevaarlijkste provincies van Irak is: op de dag dat ik Mosul binnen wilde komen, waren er twee aanslagen.
Tijdens de verkiezingen van 2005 boycotte de Arabische soennieten de verkiezingen. In 2009 kwam hier een einde aan, toen Athil al-Nujaifi, die vroeger paarden verkocht aan de zoons van Saddam, met zijn Al-Hadba lijst in de provinciale verkiezingen 19 zetels haalde. De 12 verkozen Koerdische vertegenwoordigers wilde hij echter niet erkennen, met als resultaat dat de 30 districten in Mosul gecontroleerd door Koerden, de autoriteit van de gouverneur niet wilde erkennen.
Toen op 8 mei 2009 de gouverneur het stadje Bashiqa wilde bezoeken, kregen Koerden het bevel om de gouverneur neer te schieten. Het gevolg was een stand-down tussen Koerdische en Arabische soldaten, totdat de gouverneur vertrok. Hierna zijn er in dit gebied gemengde checkpoints ingericht.
Eind februari 2010 deed de gouverneur echter weer een poging om Koerdisch gecontroleerd gebied te bezoeken in het stadje Takleef. Ondersteunt door het Amerikaanse leger. Daar werd hij verwelkomd met stenen en eieren. De gouverneur werd zo woedend dat hij de stenengooiende kinderen oppakte en hen betichtte van het plannen van een moordaanslag. Koerdische troepen pakte vervolgens Iraakse veiligheidstroepen op.
De Koerdische president Barzani zei daarna in de verklaring dat de gouverneur een crimineel was en gearresteerd moest worden. De Koerden besloten op dat moment niet meer mee te doen aan de joint checkpoints: “de Amerikanen probeerden de gouverneur de stad in te brengen met geweld en tanks”, aldus het KDP-hoofd in Mosul, Khasro Goran. Koerden boycotten vervolgens de gemengde eenheden en betichtten de Amerikanen van het steunen van de Arabieren. Later werd er bij een uitwisseling de problemen tijdelijk opgelost.
Tijdens een recent gesprek tussen de Koerdische president Barzani en Amerikaanse generaal Odierno werd het duidelijk dat de VN een plan heeft om de Koerdische en Arabische partijen bij elkaar te brengen en de macht te laten delen in Provinciale Raad van Mosul, maar zolang er nog een akkoord is tussen Koerden en Arabieren over de toekomst van de betwistte gebieden, zullen de spanningen voorduren.
Een Iraakse soldaat zei op rambo-toon dat hij zijn Iraakse vlag zou afscheuren indien hij het bevel zou krijgen om te vechten tegen Arabieren. De loyaliteit van Koerdische eenheden blijft dus bij Koerdistan en niet Irak, terwijl de Amerikanen de checkpoints prijzen. Khasro Goran beweert dat we weinig problemen zijn bij de checkpoints, maar volgens Kapitein Nick Loudon van het Amerikaanse leger willen de Koerden het Iraakse leger niet zien, terwijl de Arabieren de Peshmerga mijden. Loudon: “totdat iedereen dit als een aparte neutrale strijdmacht ziet, blijven we waarschijnlijk zo ver mogelijk van de stad als mogelijk.”
De strijd om de olierijke provincie Kirkuk
Dezelfde spanningen bestaan in de olierijke provincie Kirkuk. Ook daar is de toekomst onzeker. De Koerden willen Kirkuk toevoegen aan de regio Koerdistan in Noord-Irak, terwijl de Arabieren en Turkmenen hiertegen zijn.
Tijdens de laatste verkiezingen slaagde de Iraqiya lijst van de voormalige premier Allawi met steun van Turkije de Arabieren en Turks sprekende Turkmenen te verenigen tegen de Koerden in Kirkuk en behaalde het daardoor zes van de twaalf zetels. Tijdens de verkiezingen in 2005 behaalden de Koerden een grote meerderheid, nu hebben ze slechts zes zetels. Dit heeft de relaties tussen Koerden en Arabieren niet verbeterd.
Desondanks zeggen veiligheidsfunctionarissen, zoals de Turkmeense politiechef Torhan Youssef dat er weinig problemen zijn tussen Arabieren, Turkmenen en Koerden. “Op politiek gebied hebben we verschillende ideeën,” benadrukt hij. “Als je de straat op gaat zijn er echter geen verschillen tussen Koerden, Arabieren en Turkmenen.” Toch waren er ook vechtpartijen in een kiesbureau tussen Koerden en Turkmenen.
Het was dan ook niet verwonderlijk dat zowel de Koerdische politiechef Cemal Mala Taher (verantwoordelijk voor heel Kirkuk) en de Turkmeense politiechef Torhan (verantwoordelijk voor de binnenstad) de Amerikanen nog wat langer in Noord-Irak willen laten blijven. “Ze zullen hier blijven, omdat er veel onenigheden zijn tussen etnische groepen hier,” geeft Youssef toe. De Irakezen hebben de Amerikanen nodig als een neutrale scheidsrechter.
De Koerdische politiechef Sarhad Qadeer (verantwoordelijk voor de veiligheid buiten de stad) zegt dat er nog steeds een dreiging is van een burgeroorlog tussen etnische groepen. “Omdat Kirkuk een diverse stad is, is het gemakkelijk om geweld te creëren [door terroristische groepen], dat kan leiden tot een burgeroorlog. Burgers zijn nog steeds bang voor andere bevolkingsgroepen.”
Oplossing is geboden
Het is duidelijk dat de Amerikanen nog nodig zijn totdat het conflict tussen Koerden en Arabieren over land opgelost is. De gezaghebbende International Crisis Group benadrukt dat er snel een oplossing moet komen voor de betwistte gebieden. Wat er gaat gebeuren in Kirkuk als de Amerikaanse troepen terugtrekken uit Irak eind 2011 zal volgens de ICG een grote rol spelen in de toekomst van de Iraakse staat. Het kan uiteindelijk leiden tot een nieuw conflict.
De VN-organisatie in Irak, UNAMI, werkt aan een diplomatieke oplossing tussen de Arabieren en Koerden om de problemen op te lossen, maar tot nu toe is er weinig vooruitgang geboekt. De Amerikanen proberen de Koerden en Arabieren ook bij elkaar te brengen. In oktober dit jaar zal er een bevolkingstelling plaatsvinden, zodat duidelijk wordt hoeveel Arabieren en Koerden er in Kirkuk leven. Ook dit zal weer leiden tot spanningen. Een politieke oplossing is hard nodig voordat de Amerikanen terugtrekken. De Koerden en Arabieren moeten vooral zelf hierin een rol gaan spelen. Een klein incident kan namelijk al snel leiden tot een oorlog.
Wladimir van Wilgenburg studeert politieke wetenschappen en internationale betrekkingen aan de Universiteit van Utrecht en schrijft onder meer voor de Iraaks-Koerdische krant Rudaw en de Jamestown Foundation.