student institute of peace- and security issues                       

Van Agt, Israel en Palestina

driesvanagt.jpg

Door Jozef Waanders - In september 2009 verscheen het toen reeds lang verwachte boek van voormalig minister-president Dries van Agt, Een schreeuw om recht, de tragedie van het Palestijnse volk, in de boekwinkels. Al langere tijd kwam van Agt in het publieke debat over het conflict in het Midden-Oosten geregeld op voor de rechten van de Palestijnen.

Dat een oud minister-president een grondige studie doet naar één van de meest in het oog springende conflicten in de wereldpolitiek van tegenwoordig, mag op zich al bijzonder heten; nog bijzonderder is het, dat van Agt in zijn boek met ferme bewoordingen afstand neemt van de buitenlandse politiek die hij zelf lange tijd had gevoerd en verdedigd. Als minister van justitie én minister-president had hij nog gesproken over Israël als ‘broeder in benauwenis’ die onze speciale aandacht en hulp behoefde.

Naar aanleiding van zijn pas gepubliceerde boek, gaf van Agt op uitnodiging van het CDJA (de jongeren van het CDA) op maandag 18 januari jongstleden een lezing in een overvolle Florin te Utrecht. Twee uur lang sprak hij vol passie over zijn boek, over de situatie in het Midden-Oosten, over de rol van Nederland en over de noodzaak dat de internationale gemeenschap zijn houding ten opzichte van zowel Israël als Palestina wijzigt.

Anders dan in zijn boek behandelde van Agt het conflict tussen Israël en Palestina in zijn lezing chronologisch. In “Een Schreeuw om Recht” koos van Agt nog (op enkele beelden die de voortschrijdende terreinwinst van Israël op Palestina laten zien én een tijdsbalk na) voor een thematische aanpak; zo wijdt hij aan thema’s als onder andere de Muur, Hamas, het Zionisme, de Joodse lobby, de checkpoints, het Palestijnse vluchtelingenprobleem, de Joodse kolonisatie en Gaza in afzonderlijke hoofdstukken. Ook in zijn lezing passeerden al deze elementen de revue, maar plaatste hij het nadrukkelijker in een tijdskader om zijn argumenten kracht bij te zetten.

Eigenlijk uit van Agt kritiek aan twee adressen; aan Israël dat het internationale recht voortdurend met voeten treedt, én aan de (Westerse) wereld die dit al dan niet oogluikend toe lijkt te staan. Hoe is dit te verklaren? De Holocaust speelt daarin volgens van Agt een centrale rol; de Palestijnen betalen momenteel de rekening voor het misdadige onrecht dat de Joden door Europa in het algemeen, en de nazi’s in het bijzonder is aangedaan. De erkenning van de staat Israël (1948) kwam dus voort uit een collectief Europees schuldgevoel voor een passief toekijken hoe de nazi’s de Joden probeerden uit te roeien, aldus van Agt.

Ook het feit dat de wereld door de vingers ziet dat Israël het humanitair oorlogsrecht met de voeten treedt, VN-resoluties negeert en mensenrechten aan de lopende band schendt, is volgens van Agt te verklaren vanuit dat schuldgevoel. Als meest schrijnende voorbeelden van mensenrechtenschending noemde hij de steeds verder voortschrijdende nederzettingenpolitiek in de Westelijke Jordaanoever, de bouw van de Muur om de Palestijnse gebieden en de blokkade om de Gaza-strook. Vooral bij dat laatste stond hij langere tijd stil. Een afgesloten Gaza-strook waar niemand in of uit mag heeft volgens van Agt van Gaza een ‘openlucht gevangenis’ gemaakt. En het feit dat het water daar met de dag giftiger en het voedsel schaarser wordt, doet hem de blokkade om de Gaza-strook veroordelen in ferme bewoordingen: ‘De blokkade van de Gaza-strook is doding op termijn’, aldus van Agt.

Ook Hamas komt uitgebreid aan de orde. Nergens blijkt de hypocrisie van het Westen meer uit, dan uit hun weigering Hamas als een serieuze gesprekspartner te erkennen. Het Westen zélf had er herhaaldelijk op aangedrongen dat Hamas deel zou nemen aan democratische verkiezingen in de Palestijnse gebieden. Dat zij de verkiezingen in januari 2006 ook daadwerkelijk zouden winnen, was onverwacht en een bittere pil die men in het westen niet wenste te slikken; een boycot van Hamas, door haar te bestempelen als een ‘terroristische organisatie’, volgde. Van Agt benadrukte dat de zelfmoordaanslagen van de militaire tak van Hamas verwerpelijk zijn, maar gelooft dat het Westen, door Hamas te boycotten, dit verder in de hand werkt. Het feit de het Westen de Palestijnse kiezer bestrafte voor een uitkomst die hen niet beviel, na deze democratische verkiezingen zélf gestimuleerd en mede gefinancierd te hebben, is in de woorden van Dries van Agt; ‘antireclame voor de Westerse campagne pro democratie.’

Van Agt besloot zijn lezing met wat volgens hem de enig overgebleven mogelijkheden zijn voor een vreedzame oplossing van het conflict. De nederzettingenpolitiek van de Israëlische overheid heeft de Palestijnse staat dermate verbrokkeld, dat zij volgens van Agt niet langer levensvatbaar is. Een tweestatenoplossing behoort dus niet langer tot de mogelijkheden. In een federatieve staat, waarin Joden en Palestijnen op voet van gelijkheid met elkaar samenleven, ziet Dries van Agt de enige overgebleven mogelijkheid tot een vreedzame oplossing van het conflict. Daarmee plaatst hij zich op de lijn van denkers als Martin Buber, Hannah Arendt, Albert Einstein (allen joods) en Edward Saïd (van Palestijnse afkomst) die eerder al een lans braken voor deze oplossing.

Nederland zou zich volgens van Agt, via onder andere de Europese Unie en de Verenigde Naties, meer hard moeten maken voor deze federatieve staat als potentiële oplossing voor het conflict. Te vaak houdt ook Nederland Israël de hand boven het hoofd. Volgens van Agt heeft de Europese Unie met de mogelijkheid te dreigen met economische sancties tegen Israël, een potentieel pressiemiddel dat Israël zou kunnen bewegen tot het gehoorzamen van VN-resoluties en Internationaal Recht. Ook daar zou Nederland zich in Europees verband stelliger voor uit moeten spreken.

Het debat dat volgde met de aanwezigen was bij vlagen fel en vol emotie. Dat meerdere visies op het conflict mogelijk zijn bleek uit de discussie met de studenten die in groten getale aanwezig waren. Belangrijke punten van kritiek waren dat het Palestijns vluchtelingenvraagstuk onvoldoende in overweging werd genomen. Daarnaast vroeg men zich af of van Agt niet te eenzijdig was in zijn kritiek op Israël en hij niet te weinig aandacht besteedde aan het falen van het Palestijnse leiderschap. Ook waren mensen sceptisch over de slagingskansen van een federatieve staat: zijn de onderlinge verhoudingen tussen Joden en Palestijnen inmiddels niet dermate gebrouilleerd, dat een vreedzaam samenwonen niet langer tot de mogelijkheden behoort?

Heel erg vernieuwend was de visie van Dries van Agt niet. Ook slaagde hij er niet overal in de complexiteit van het conflict in kaart te brengen en kan er met recht gesteld worden dat hij wellicht te eenzijdig is in de selectie van zijn bronnenmateriaal. Wel was het een oprecht en bezield pleidooi, van iemand die de moed heeft afstand te nemen van zijn vroegere standpunten en kleur te bekennen in misschien we het meest gevoelige debat in de internationale politiek vandaag de dag.