student institute of peace- and security issues                       

Vergeet Afghanistan, Afrika is booming!

africa.jpg

Door mr. Serge Doreleyers - Deze aanhef kan voor Nederland niet meer actueel zijn dan nu onlangs ons kabinet is gevallen over de “kwestie Uruzgan”. Het refereert aan een ‘gevoel’ bij Afrikaanse actoren in het ‘veiligheidsveld’, dat Afrika met betrekking tot het wereldwijde veiligheidsbeleid nog steeds een achtergestelde of ondergeschoven positie inneemt. Wellicht dat vanuit Nederlands perspectief, nu de missie in Afghanistan eindig lijkt (of slechts in zéér afgeslankte vorm nog tijdelijk gecontinueerd wordt), er meer kansen komen voor “peacebuilding capacities” op het Afrikaans continent.

Ik wil in een serie van artikelen het Malinees veiligheidskader, maar ook daaraan gerelateerd het grotere (West-)Afrikaans veiligheidsbeleid en veiligheidssituatie nader toelichten. Hierbij zal ik mij in eerste instantie beperken tot Mali. Aangezien ik vermoed dat de huidige situatie in West–Afrika bij velen toch een grote onbekende is, beperk ik mij in dit eerste artikel tot een globale schets van de belangrijkste huidige ontwikkelingen, veiligheidsstructuren en -actoren in dit gebied.

Security Sector Reform (SSR) middels de Nederlandse 3D benadering (Defense, Development, Diplomacy)
Mijn detachering bij de Ecole de Maintien de la Paix (EMP) in Mali past in het beleidskader Afrikaanse Vredesarchitectuur en vredesscholen (in ontwikkeling), alsook bij de politieke dialoog die Nederland in EU-verband voert met de Economic Community of West African States (ECOWAS/ CEDEAO) en de Afrikaanse Unie (AU) over versterking van die capaciteit. Namens de Nederlandse regering voert het Ministerie van Buitenlandse Zaken (BUZA) en Ontwikkelingssamenwerking (OS) al jaren een actief beleid om de situatie in de zogenoemde derdewereldlanden te verbeteren. Hierbij is het uitgangspunt dat vrede, veiligheid en stabiliteit de belangrijke peilers vormen voor duurzame ontwikkeling. Men is er namelijk (overigens al vele jaren geleden) achter gekomen dat het niet volstaat om alleen voedselhulp dan wel “additionele hulp” naar ontwikkelingslanden te sturen, maar dat er behoefte is aan een meer structurele, duurzame en mogelijk ook effectievere vorm van ontwikkelingssamenwerking”.

Als exponent van dit nieuwe beleid is door het ministerie van Buitenlandse Zaken in samenwerking met Ontwikkelingssamenwerking en Defensie, vanuit het “Stabiliteitsfonds”, de SSR-pool opgericht. Deze afkorting staat voor “Security Sector Reform” (vrij vertaald: ontwikkelen van veiligheidsstructuren). Daarbij gaat het er kortweg om zodanige democratische, professionele en effectieve veiligheidsstructuren in een land te ontwikkelen, dat burgers in veiligheid en vrijheid kunnen leven. Men kan hierbij denken aan het bouwen van duurzame (overheids-)structuren na bijvoorbeeld een gewapend conflict, maar -zelfs nog beter- ook ter preventie van mogelijke conflicten c.q. machtsmisbruik. Voorbeelden van betrokken organisatie uit de veiligheidssector zijn: de strijdkrachten, politie, douane, veiligheidsdiensten, verzetsbewegingen en dergelijke. Kortom, alle organisaties in een land die geweld kunnen uitoefenen. Het ontwapenen, demobiliseren en reïntegreren van (voormalige) strijdkrachten en verzetsbewegingen, ook wel Disarmanent, Demobilisation, Reintegration (DDR) genoemd, maakt ook deel uit van het SSR. Vanzelfsprekend zal men eerst moeten ophouden met vechten, alvorens een aanvang kan worden gemaakt met de (weder-)opbouw van de samenleving c.q. hervormen van de veiligheidssector. SSR staat voor de bredere ontwikkeling van de veiligheidssector en (niet onbelangrijk) de democratische controle erover en de adequate wetgeving ervoor.

Dit vergt, zoals al aangegeven, een samenhangende aanpak en een langdurige betrokkenheid: de inmiddels bekende, door Nederland ontwikkelde 3D benadering. Men moet bij deze SSR activiteiten dan denken aan trainingen, opleidingen, opleidingsontwikkelingen, beleids- en beheersondersteuning, planning enzovoorts. Voor Defensie bestaat de pool uit een groep militairen en burgers die op basis van hun kennis en ervaring uit de dagelijkse praktijk, in het buitenland SSR-opdrachten kunnen uitvoeren. De duur van dit soort opdrachten kan variëren van enkele dagen tot enkele maanden (en in mijn geval twee tot maximaal vier jaren). De volgende specifieke expertise en beleidsterreinen zijn bij Defensie dan van belang:
• Defensieplanning en maatschappij; civiele inzet van de krijgsmacht, democratische controle op de krijgsmacht en dergelijke;
• Personeel en organisatie;
• Training en opleidingen (uitvoering, maar ook de ontwikkeling ervan);
• Juridische expertise;
• (militaire) politietaken;
• Planning, operaties, logistiek.
• Civiele componenten: Cimic – Consolidation de la Paix (opleiding en training)

Ik ben geplaatst bij de Ecole de Maintien de la Paix (EMP) als Hoofd Kenniscentrum/ Instructeur (Chef de Cellule Etude en Doctrine), waarbij ik naast het geven van lessen intensief betrokken ben bij het ontwerpen, plannen en uitvoeren van peacekeeping opleidingen en operaties. Het verder monitoren van de ontwikkeling van het (West-)Afrikaanse veiligheidsproces is hier dan ook een uitloper van. Mogelijk dat mijn ervaringen hier gebruikt kunnen worden voor verdere ontwikkeling van het concept vredesscholen, dan wel het verder uitbouwen/vormen van de Afrikaanse Standby Forces.

Ecole de Maintien de la Paix (EMP) – African Standbye Force
Op initiatief van Frankrijk is een internationaal partnerschap opgericht dat de steun heeft van verschillende Europese en niet Europese landen waaronder Canada, om tot oprichting en exploitatie van deze school te komen. Nederland was met Frankrijk de grootste donor voor de ondersteuning en nieuwbouw activiteiten van de EMP in Mali. Op dit moment zijn er nog twee andere vredesscholen in Afrika.

De EMP heeft als belangrijkste doel versterking van de (West-)Afrikaanse capaciteit voor vredeshandhaving door het opleiden van vredeshandhavers uit de regio. De EMP in Mali organiseert cursussen zowel in het Engels als het Frans voor (bataljons-)commandanten, stafofficieren, planners, waarnemers en met DDR, SSR en CIMIC belaste functionarissen van strijdkrachten, politie en civiele functionarissen. De cursusinhoud sluit zoveel als mogelijk aan bij het onderwijs op de Kofi Annan International Peace Keeping Training Centre (KAIPKTC) in Ghana en het National War (!) College in Nigeria. Als regionaal opleidingsinstituut draagt de EMP bij aan de (verdere) opbouw van de African Standby Forces (ASF) in deze regio van Afrika. Op termijn is het de bedoeling dat Afrikaanse landen met behulp van deze Standby Forces vredesmissies gaan uitvoeren op hun eigen continent c.q. in hun eigen regio. Tegen juli 2010 zou de ASF van de West–Afrikaanse ECOWAS regio (de samenwerkende West–Afrikaanse staten) volledig operationeel moeten zijn. Helaas is dit tot op heden nog niet gelukt en het ziet er ook niet naar uit dat dit op korte termijn wel een realiteit zal zijn. Weliswaar is de CEDEAO regio van alle overige Afrikaanse samenwerkingsverbanden het verst gekomen met de oprichting van haar ASF (elk samenwerkingsverband dient een ASF te hebben), maar door diverse redenen als politieke onwil, financiële en materiële tekorten, personele ondersteuning etcetera, is de daadwerkelijke ASF van ook de ECOWAS regio nog steeds niet van de grond gekomen. Niettemin blijft de EMP haar bijdrage leveren middels het opleiden en trainen van voldoende gekwalificeerde militairen, politie-eenheden en civiele functionarissen voor deze ASF. Mali wordt samen met Senegal geacht een substantiële ‘contributor’ te worden voor deze ASF.

Bedreigingen voor de broze stabiliteit in Mali
Drugs gerelateerde criminaliteit en Al-Qaeda gelieerde Maghreb groeperingen: een ‘dodelijke’ cocktail voor het instabiele West-Afrika
Meer en meer begint de West-Afrikaanse regio een doorvoer- en verwerkingsgebied te worden voor diverse soorten drugs. Dit bleek ook zéér recent weer door het crashen van een oude Boeing die diende als transporttoestel voor cocaïne in de noordelijke Sahara van Mali. Na de drugs te hebben afgeleverd is het toestel op een zelfgemaakt en geïmproviseerde ‘runway’ in de woestijn in brand gestoken om zodoende mogelijke herkenningstekens uit te wissen. Verder blijkt dat drugstransporten via de ‘Malinese’ Sahara vaak in militaire kampen langs de grens in Mauritanië aankomen om vanuit daar meestal via Marokko en Algerije verder naar Europa te worden getransporteerd. Mali is in die zin een zeer interessant doorvoerland vanwege de enorme uitgestrektheid van Noord Mali, van waaruit de Malinese autoriteiten niet of nauwelijks controle op hebben.

De zeer gevaarlijke combinatie die nu al zichtbaar wordt van Al-Qaeda gelieerde moslimfundamentalistische Maghreb groeperingen (AQIM) die de drugsdoorvoer steeds meer gaan controleren. Zodoende hebben deze groepen een bron van inkomsten ter ondersteuning van hun gewapende strijd, wat een ‘explosief mengsel’ gaat vormen en een ondermijning van de stabiliteit in de regio. Verder is er een verandering waarneembaar van Nigeria als “traditioneel” Afrikaans drugsgerelateerd land naar vooral Bissau. Vooral laatstgenoemde spant wat dit betreft de kroon in die zin dat waarschijnlijk grote delen van de legertop van Guinee-Bissau “drugsgeïnfecteerd” zijn en op deze wijze het Casamance conflict in Zuid– Senegal financieel ondersteunen, teneinde “baat” te hebben van de zo ontstane chaos voor hun eigen drugshandel. Anderen beweren zelfs dat de militaire coup die eind 2008 geleden in Guinee werd gepleegd door Dadis Camara, te maken had met het feit dat de oude president Lansana Conté en zijn zoon Ousmane, diep in de drugshandel zaten, en dat Camara en de zijnen hier een “einde” aan willen maken -of eerder zelf willen overnemen? Onlangs werd in Senegal een gloednieuwe “garnalen”verwerkingsfabriek ontmaskerd als dekmantel voor drugsvervoer en verwerking. Ook het zeer instabiele Sierra Leone blijkt steeds vaker een vrijhaven voor drugscriminelen. Er is dus een onmiskenbare schakel tussen conflicten in de West-Afrikaanse regio en de drugshandel die daarmee gepaard gaan. Drugshandel geeft weer voeding aan deze conflicten vanwege de voor de drugshandel ideale gecreëerde atmosfeer van instabiliteit en anarchie.

De initiatieven die vooral vanuit de Verenigde Staten worden geïnitieerd en ondersteund, zoals het Trans-Sahara Counterterrorism Partnership (TSCTP) met de landen Mauritanië, Mali, Tsjaad, Niger, Nigeria en Senegal hebben tot op heden weinig aan de situatie kunnen veranderen. Dit is grotendeels te wijten aan het feit dat de onderscheidende betrokken landen zelf incapabel zijn om daadkrachtig te kunnen optreden, hetzij door politieke instabiliteit, een inadequaat leger, armoede, belangenconflicten etcetera. Ook kan een dubieuze rol worden toegeschreven aan met name Libië, Algerije en Mauritanië. Tenslotte heeft de Malinese regering onlangs na druk van Frankrijk toegegeven aan de eisen van AQIM om vier opgesloten AQIM terroristen te ruilen voor een ontvoerde Franse hulpverlener. Hiermee is het ‘stabieler’ maken van Noord–Mali verder op de helling gezet en lijken de Malinese autoriteiten niet in staat het geweld te stoppen. Dit heeft geresulteerd in het zelfs niet meer kunnen garanderen van de veiligheid in de Noord–Malinese steden en op de grote wegen. Dit heeft er toe geleid dat de meeste westerse ambassades een negatief reisverbod hebben uitgevaardigd voor de gehele regio vanaf - en ten noorden van Timboektoe. Daarmee dreigt dit gebied nog verder in een isolement te geraken, wat weer in het voordeel is van de ‘subversieve elementen’ die zich hier ophouden.

Regionale instabiliteit als gevolg van diverse coup d’états in de buurlanden van Mali
Ondanks de verbeteringen die bijvoorbeeld Liberia heeft doorgemaakt nadat het als een ‘complete failed state’ uit haar burgeroorlog is opgekrabbeld, doen andere landen in de West–Afrikaanse regio het minder goed. Na de staatsgreep in december 2008 in buurland Guinee, is er in februari van dit jaar een staatsgreep geweest in het aangrenzende Niger. Daarnaast is de huidige situatie in Ivoorkust nog steeds erg precair en de juist opgehouden burgeroorlog in dat land kan zo weer opnieuw beginnen.
Verder dreigt Senegal weer te worden meegezogen in het nog steeds sluimerende Casamance conflict. Dit (grens)conflict dat zich sinds 1990 voltrekt als een ‘low-level’ gewapende strijd tussen de regering van Senegal enerzijds en de rebellen (les Maquis) van de Movement of Democratic Forces of Casamance (MFDC) anderzijds, mogelijk gesteund door Guinee Bissau en Gambia, is onlangs na een tijd van betrekkelijke rust weer terug opgelaaid. Het venijn van dit, in principe nog kleinschalige conflict, zit niet zozeer in het ‘interne’ onafhankelijkheidsstreven van de tot de stabiele republiek Senegal behorende regio Casamance, maar meer in het betrokken raken van de naburige instabiele landen als Gambia en vooral Guinee Bissau o.a. door beschuldigingen over en weer die te maken hebben met bepaalde territoriale aanspraken en vooral met de vermeende hulp en steun van Guinee Bissau en Gambia aan de MFDC. Senegal is één van de weinige echt militairstabiele landen in de West Afrikaanse regio (het land heeft tot nog toe geen militaire coup gekend), maar dit sluimerend conflict kan de verhoudingen wat dit betreft op het spel zetten zeker als de relatie in en met de buurlanden Gambia en Guinee Bissau verder verslechterd.

Het veiligheidskader van Mali en de haar omringende ECOWAS regio staat met dit alles dus nog steeds flink onder druk wat inhoudt dat er hard gewerkt zal moeten worden aan de verbetering van deze (west) – Afrikaanse veiligheidscontouren.