student institute of peace- and security issues
student institute of peace- and security issues
Door Marco van Daalen - Piraterij is van alle tijden en komt wereldwijd voor. Hoewel het themaproject van JASON in deze editie is gericht op het gebied rondom Somalië, dient de lezer goed te beseffen dat de straat van Malakka (Zuidoost-Azië) van oudsher ook een broeinest van piraterij vormde. Toch is piraterij in deze belangrijke scheepvaartroute, gelegen tussen Maleisië en Sumatra, door intensieve samenwerking tussen de regionale machten een stuk veiliger geworden. Maar in overige wetteloze gebieden zoals het Somalië Bassin, trekken koopvaardijschepen piraten uit de omringende landen aan. Er is veel veranderd ten opzichte van vroeger: waar men ooit uit was op de kostbaarheden uit het ruim, kiest de moderne piraat voor het gijzelen van de bemanning voor losgeld.
JASON interviewde Cees Pronk, voormalig kapitein van de sleepboot Smitwijs London die in november 2004 werd aangevallen, terwijl het schip een booreiland op sleeptouw had. De aanval begon toen een vissersbootje in de vooravond van 3 november de Smitwijs London volgde en opeens recht op hen af kwam. Op 300 meter afstand ziet Pronk vonkjes oplichten op het dek van het bootje en zegt tegen de eerste stuurman: “Ze steken vuurwerk af of we worden aangevallen door piraten”. Wanneer de scheepswerktuigkundige de trap naar de brug beklimt vliegen de kogels hem om de oren. De ramen van de brug spatten uiteen. Pronk bedenkt zich even en brengt een lading vuurpijlen in stelling. Vanaf de brugvleugel vuurt hij ze af op het bootje; als hij het raakt vliegt het hopelijk wel in brand. Doordat de pijlen lastig te richten zijn en nu meerdere piraten met volautomatische wapens op hem vuren trekt Pronk zich terug naar de stuurhut.
Als de piraten nog maar 50 meter van hem zijn verwijderd, besluit Pronk dat hij het sleepdraad over hen heen zal laten scheren, wat mislukt. Door Pronk’s jarenlange ervaring in de nautische sector is hij in staat om met behulp van de weerstand van het booreiland zijn schip in rap tempo te draaien, waardoor de piraten van een positie achter de sleepboot naar een positie midscheeps klem komen te zitten tegen de sleepboot. Pronk blikt terug: “op een gegeven moment zei ik hard stuurboord en draaiden we als een speer terug. Toen kwam het bootje vrij. Die gasten zijn toen zo geschrokken, die zagen het water zo kolken. Op een gegeven moment zijn ze al schietend weggevaren.”
Pas nadat Pronk de aanval had afgeslagen, kwam er een oproep van –het ogenschijnlijk Indonesische- marineschip ‘Cadillac’. Tot ergernis van Pronk, die de piraten nog volgde op de radar, besloot het oorlogsschip de achtervolging niet in te zetten. Ook het booreiland bleek door andere piraten te zijn aangevallen, maar die kozen uiteindelijk ook het hazenpad. Pronk liet de koppen tellen –iedereen bleek ongedeerd te zijn– en ontdekte dat twee Filippijnse bemanningsleden door het alarm en de aanval heen hadden geslapen. Na het opnemen van de schade besloot Pronk in overleg met het booreiland door te varen, “aangezien de schroeven nog ronddraaiden.” Het was een wonder dat het allemaal zo goed is afgelopen.