student institute of peace- and security issues                       

Inleiding Somalische piraterij

Somalianpiracy.jpg

Door Johannes Visser - Zeeroverij is van alle tijden. Door de geschiedenis heen stak piraterij immer de kop op, daar waar commerciële scheepvaart gepaard ging met wetteloosheid. Dit is vandaag de dag niet anders in het piratenbroeinest Somalië. Volgens het Internationale Maritieme Bureau (IMB) hebben Somalische piraten vorig jaar 406 schepen aangevallen, 113 meer dan in 2008. Ondanks de patrouillerende oorlogsschepen in het gebied, blijft het aantal (pogingen) tot kaping explosief toenemen. De oorzaken hiervan liggen op land: de staat Somalië is ingestort en door de vele gewelddadigheden is de bevolking op de vlucht geslagen. Ernstige droogtes vermoeilijken de landbouw, door illegale visserij is de visvangst teruggelopen en de stranden zijn vervuild met radioactief afval.

Instabiele politieke situatie
Somalië is al bijna twee decennia vrijwel onbestuurbaar en verdeeld door oorlog en honger. Sinds enkele jaren komt het land internationaal steeds nadrukkelijker in beeld als piratenvrijhaven. Ook wordt het land genoemd als bron van religieus extremisme. De Amerikaanse President Obama noemde het land in december vorig jaar als één van de vier landen met de grootste terroristische dreiging, na Afghanistan, Pakistan en Jemen.

De staat Somalië kende al een lange geschiedenis van geweld voorafgaand aan haar oprichting in 1960, waarna verschillende oorlogen met Ethiopië geen verandering in deze geweldsspiraal brachten. De huidige anarchie heeft zijn oorsprong in de burgeroorlog van 1991.1 Inmiddels besturen de Noordelijke regio’s Somaliland en Puntland zichzelf als de facto onafhankelijke staten (maar zijn internationaal niet erkend). Zuid-West Somalië staat afwisselend onder controle van tribale krijgsheren en de Unie van Islamitische Rechtbanken (of UIR).2 De UIR is ontstaan als lokaal initiatief om orde en veiligheid in een stuurloze samenleving te herstellen aan de hand van de sharia, het puriteinse Islamitische recht. Verder boden de Gerechtshoven onderwijs en gezondheidszorg aan de noodlijdende bevolking, dit alles met de islam als belangrijkste bindingsfactor tussen de verschillende clans. In het Westen werd verontwaardigd gereageerd op de uitwassen van dit als barbaars bestempelde regiem3– dat ook sympathie toonde voor, en steun leverde aan Al Qaeda. Feit is echter dat de Gerechtshoven wel in staat bleken om relatieve orde en rust te realiseren in de gebieden onder hun controle. Ze beheersten tot 2007 bijna het volledige Zuidelijke grondgebied –inclusief de hoofdstad Mogadishu-, maar werden verjaagd door Ethiopische troepen gesteund door de Amerikaanse luchtmacht en CIA. Tegenwoordig hebben extremistische elementen zich van de Unie afgescheiden en voeren deze onder de naam Al-Shabaab en Hizbul Islam een uiterst wrede guerrillaoorlog tegen de regering en bevolking. De formele, internationaal erkende regering van Somalië (Transitional Federal Government, of TFG) zetelt in Mogadishu, maar deze heeft in de praktijk heeft buiten de hoofdstad geen enkele invloed. Militaire missies van de Verenigde Naties en de Afrikaanse Unie moeten de vrede zoveel mogelijk zien te bewaren in het land.

Het aantal doden als gevolg van de Ethiopisch-Amerikaanse inval is geschat op 15.000. In de hoofdstad is een derde van alle gebouwen vernietigd en twee miljoen burgers zijn de stad ontvlucht. Zeven op de tien Somaliërs is ondervoed en structurele voedselhulp ontbreekt.4 Inmiddels lijkt de situatie in Somaliland en Puntland nog het meest stabiel: beide staten hebben een eigen overheid en regeren met een eigen parlement, politie, leger en justitieel apparaat. In tegenstelling tot Somaliland streeft Puntland formeel niet naar internationale erkenning, maar ambieert het een federaal Somalië. Beide gebieden functioneren als de facto autonome staat, bij gebrek aan enige vorm van toezicht en sturing vanuit Mogadishu. In Zuid-Somalië is sprake van uiterst tribale omstandigheden; iedere stam is bewapend en kent een eigen territorium. Sommige groepen worden geleid door de UIR, die nog relatief veel macht heeft in het Zuiden.

Mede door al deze oorlogen, was het bijna onmogelijk voor de lokale bevolking om nog langer te leven van hun traditionele nomadische veeteelt. Het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties, UNDP heeft wegens gebrek aan betrouwbaar materiaal, geen cijfers over Somalië opgenomen in zijn ontwikkelingsindex. De schattingen van het Bruto Binnenlands Product van Somalië liggen in 2009 op 600 dollar per persoon (ter vergelijking: in Nederland was dat 39.000 dollar).5 Vanwege een complete afwezigheid van op land, maar ook in de exclusieve economische zone van Somalië, zijn de visrijke wateren een paradijs voor illegale vissers. Met name buitenlandse corporaties konden er ongestoord hun gang gaan, vaak onder dubieuze licenties uitgeschreven door lokale, met AK-47 bewapende krijgsheren.

‘Innen van visgeld'
Volgens de “Minister van Binnenlandse Zaken van Puntland”, Abdullahi Ahmed Jama, is piraterij ontstaan in reactie op de illegale visserij door buitenlandse mogendheden. Somalische skiffs die traditioneel enkele tonijnen per week vingen, konden niet concurreren met de megavangsten van Japanse, Spaanse en Franse trawlers. De ontwikkeling in 2005, waarbij lokaal opgeleidde ‘kustwachters’ buitenlandse trawlers enterden en de bemanning gevangen zetten, noemde Jama als het begin van de piraterij voor de Somalische kust. De zelfbenoemde (en gewapende) groepen kustbewakers gijzelden grote buitenlandse vissersschepen om ‘belasting te innen’, (soms 5000 pond per gevangengenomen bemanningslid) als boete voor het vissen in Somalische kustwateren.6 De betaling van grote sommen losgeld door de buitenlandse reders deed de jongemannen beseffen dat het lucratiever was om grote, veelal ongewapende, commerciële schepen te gijzelen. Aan land ontstond een nieuwe markt voor voedsel en wapens. Met name om geografische redenen komt het grootste deel van de piraten uit Puntland, ook al is de situatie in dit deel van Somalië relatief beter dan in de overige delen van het land.

Radioactief afval
Een andere reden die vaak genoemd wordt als oorzaak van de piraterij, is het dumpen van giftig en zelfs radioactief afval voor de kust van Somalië.7 Na het uiteenvallen van de staat Somalië in 1991 verschenen mysterieuze Europese schepen voor de kust van Somalië, die grote vaten in de oceaan dumpten. De kustbewoners kregen last van vreemde huiduitslag en misselijkheid en er werden misvormde baby’s geboren. Na de tsunami van 2004 spoelden honderden lekkende vaten aan op de kust; 300 mensen lieten het leven bij wat bleek stralingsziekten. Volgens de Somalische gezant bij de Verenigde Naties, Ahmedou Ould-Abdallah, zijn een deel van de nucleaire materialen -maar ook lood, cadmium en kwik- terug te herleiden naar Europese ziekenhuizen. Ook het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) meldde al dat “Somalië sinds de vroege jaren negentig wordt gebruikt als plek om chemisch en radioactief afval te dumpen”. Om deze redenen weegt volgens betrokkenen in Somalië de opbrengst van losgeld voor gevangengenomen bemanningsleden niet op tegen de schade die buitenlanders aanrichten in het gebied.

Toch is het uiteindelijk het gebrek aan perspectief en een sombere toekomst in een door armoede en oorlog geteisterd land, dat jonge mannen met ervaring op zee en weinig te verliezen, doet besluiten om het fortuin op zee te zoeken. Adjudant der mariniers Paul de Wind vertelt in een interview over een gesprek dat hij aan boord van de Hr. Ms. Evertsen voerde met een gevangengenomen piraat. De Wind vertelde over hem dat hij in Somalië vier opties heeft: “zich aansluiten bij Al Shabaab om mee te vechten en zo te overleven; relaties te hebben in Saoedi-Arabië of in Europa die geld sturen om te vluchten; piraat worden; of sterven. Andere opties zijn er niet als je helemaal niets meer hebt.”

Momenteel vaart een bonte vloot bestaande uit de marines van een groot aantal landen (waaronder alle leden van de VN Veiligheidsraad) in het Somalië bassin en de Golf van Aden om de internationale scheepvaart te beschermen tegen Somalische kapers. Wekelijks worden kapingen verijdeld en piraten opgepakt -waarvan de meesten weer op vrije voeten worden gesteld. De meningen over het nut van de verschillende anti-piraterij missies zijn verdeeld. Hoewel het aantal piratenaanvallen in sommige gebieden dankzij de maritieme missies fors is afgenomen (Golf van Aden), is het totale aantal kapingen in de regio flink toegenomen, in vergelijking met het jaar daarvoor. Desalniettemin is vrijwel iedereen het erover eens dat het bestrijden van piraterij op zee symptoombestrijding is.

In dit dossier besteedt JASON aandacht aan een breed aantal aspecten van de Somalische piraterij: de juridische vraagstukken, de (on)mogelijkheden van een missie aan land, de werkwijze van de Somalische piraten, de geopolitieke verhoudingen tussen de betrokken marines en de technische oplossingen en preventiemaatregelen vanuit de scheepvaartindustrie.