student institute of peace- and security issues
student institute of peace- and security issues
Door Johannes Visser - Op 25 januari heeft Generaal-Majoor b.d. Kees Homan voor JASON een lezing gepresenteerd over de wenselijkheid en onwenselijkheid van robots in de krijgsmacht. Dit thema, waarover hij eerder een artikel publiceerde in de januari-editie van JASON Magazine, zal een steeds grotere rol gaan spelen in het krijgswezen van de toekomst. De relatief moderne en specialistische krijgsmacht van Nederland loopt op het gebied van militaire robotica ver achter op de Amerikaanse, Israëlische, Franse en Italiaanse collega’s. Beleidsmakers en politici doen er dan ook goed aan om de voor- en nadelen af te wegen over het gebruik van militaire robots in de toekomst.
De door Homan benoemde voordelen van robots in de krijgsmacht manifesteren zich in de uitvoering van taken die door mensen als dull, dirty, en dangerous worden beschouwd. Robots hoeven geen pauzes te nemen, kunnen in besmette gebieden en onder extreme hitte en kou opereren, voeren hun taken met enorme precisie uit en zijn niet bang. Verder ‘kosten’ robots minder, kunnen ze in grote aantallen worden geproduceerd, beschikken ze over een groter voortzettings- en acceleratievermogen, bezwijken ze niet aan overbelasting en zijn ze niet kwetsbaar voor uitbuiting als krijgsgevangene. Hoewel het gebruik van robots nog in de kinderschoenen staat, maken de Amerikanen in steeds grotere mate gebruik van onbemand krijgstuig in de lucht, op de grond, op en onder water. De mate van autonomie beperkt zich nu nog tot besturing op afstand en bepaalde hybride vormen van aansturing, waarbij sommige taken volledig autonoom, dan wel virtueel worden aangestuurd. De sterke ontwikkeling in de kunstmatige intelligentie zal deze trend onvermijdelijk doen versnellen.
Dit alles heeft uiteraard een ethische discussie op gang gebracht. Verlaagt de mechanisering van het leger de drempel om oorlog te voeren? Want hoe verder de mens fysiek en emotioneel van het slagveld verwijderd is, des te gemakkelijker het wordt om op de knop te drukken. Kunnen robots ooit het onderscheid maken tussen vijandige eenheden en onschuldige burgers? Wie is er verantwoordelijk wanneer een robot oorlogsmisdaden pleegt? Wat te doen indien volledig autonome gevechtsrobots geen bevelen meer opvolgen en op eigen houtje gaan opereren? Deze en andere vragen versterken de roep om ethische codes en (internationale) wetgeving, die overigens zoals altijd achterlopen op technologische ontwikkelingen.
Homan heeft in zijn publicatie en gedurende de lezing op grondige wijze samengevat wat de huidige mogelijkheden zijn voor het gebruik van robots in de krijgsmacht, alsook mogelijke ontwikkelingen van autonome gevechtseenheden in de toekomst, en de voor- en nadelen hiervan.
De maatschappelijke discussie over dit onderwerp komt nu pas echt op gang, mede aangezwengeld door filmscenario’s uit Hollywood. Het is aan de politiek om heldere keuzes te maken over het gebruik van militaire robotica, maar ook om goede voorbereiding te treffen teneinde doemscenario’s te voorkomen.