student institute of peace- and security issues
student institute of peace- and security issues
Door Elsa Schrier - Op 17 februari verzorgde commandeur Pieter Bindt voor Stichting JASON een lezing over piraterijbestrijding voor de kusten van Somalië. Bindt voerde van 13 augustus tot 12 december 2009 het dagelijkse commando over de EU-operatie ATALANTA vanaf het Nederlandse fregat de Hr. Ms Evertsen. Hoewel Bindt memoreerde dat de oorzaak van de Somalische piraterij aan land ligt, betoogde hij dat de EU-missie in het gebied weldegelijk uiterst zinvol is.
Klik hier voor een fotoverslag.
Piraterij
Allereerst ging Bindt in op het probleem van piraterij en de noodzaak van bestrijding. Niet in de eerste plaats is piraterij een misdaad die internationaal bestreden moet worden wanneer de landen in de regio hier zelf niet toe in staat zijn. Dit geldt in het bijzonder voor de kusten van Somalië, waar piraterij zowel een gevolg is van, alsmede een bijdrage levert aan, de instabiliteit in Somalië en de regio. Piraterij vormt daarbij een directe bedreiging voor de voedselhulp waarvan 3,7 miljoen Somaliërs afhankelijk zijn. Daarnaast gaat ongeveer 20% van de wereldhandel door dit gebied. Dit betekent eveneens dat er op jaarbasis ongeveer 50.000 zeevarenden deze wateren passeren. Zonder het optreden tegen piraterij wordt hun veiligheid voortdurend op de proef gesteld en verkeren hun families in angst. Deze reden voor piraterijbestrijding moet dan ook zeker niet worden vergeten.
De Golf van Aden en het Somalië Bassin
De Golf van Aden en het Somalië Bassin zijn twee totaal verschillende werkterreinen in de strijd tegen piraterij. De Golf van Aden is de zee tussen de kusten van Djibouti en Somalië aan de zuidkant en Jemen in het noorden en vormt een uiterst belangrijke route voor de wereldhandel. Om passerende schepen te beschermen is er een Internationally Recommended Transit Corridor (IRTC) ingesteld. Deze in blokken opgedeelde vaarroute wordt beschermd door zowel de EU, de NAVO als de Combined Maritime Forces. Een aantal landen (zoals China, Japan en Zuid Korea) beschermt hun nationale konvooien in de IRTC of net daarbuiten. Mogelijk dat één of meer van die landen op termijn ook deelnemen aan het beschermen van de IRTC.
Het Somalië Bassin is het westelijk deel van de Indische Oceaan aan de oostkust van Somalië. Bindt illustreerde de omvang van het Somalië bassin door de kaart van de EU op het gebied te projecteren. Door dit uitgestrekte gebied varen nauwelijks transportschepen. Het zijn hoofdzakelijk visserschepen onder Franse, Spaanse of Aziatische vlag die in dit gebied actief zijn. Zij blijven echter buiten de grens van 200 zeemijl van de kust van Somalië. Tijdens het Nederlandse commando zijn alleen enkele Zuid-Koreaanse visserschepen binnen de 200 zeemijl waargenomen. In de media wordt vaak gesteld dat de zee voor de kust van Somalië is leeggevist en dat de vissers daarom op piraterij zijn overgestapt. Dit verhaal kan Bindt op basis van zijn bevindingen derhalve niet bevestigen.
Bindt merkte voorts op dat er in de periode oktober - november 2009 een verschuiving heeft plaatsgevonden in piraterij-incidenten van de Golf van Aden naar het Somalië Bassin. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de internationale samenwerking binnen de IRTC dusdanig succesvol verloopt, waardoor de piraten hun werkveld hebben moeten verplaatsen naar het uitgestrekte Somalië Bassin.
EUNAVFOR
De EU hanteert een comprehensive approach in de strijd tegen piraterij. De EUNAVFOR vormt de militaire component van deze aanpak. De antipiraterij missie van de EU is gebaseerd op de VN-Veiligheidsraadresoluties 1814 en 1816 van juli 2008. Binnen een half jaar na deze resoluties startte de missie in december 2008. Deze snelle besluitvorming hangt deels samen met de ambitie van Frankrijk om tijdens haar EU-voorzitterschap reeds een begin te maken met de missie. Mede door deze politieke overweging is de planning- en besluitvormingfase van deze combined operatie uitzonderlijk snel verlopen. Ter vergelijking had de NAVO, ondanks haar ervaring op dit gebied, veel meer stappen en tijd nodig om tot een besluit te komen. Een ander verschil met de NAVO is de platte organisatiestructuur van de missie. De lijnen tussen het politieke niveau tot aan de militairen die het mandaat van de ATALANTA-missie uitvoeren zijn zeer kort.
Het initiële mandaat van de EU-missie liep af op 13 december 2009. In juni werd reeds besloten de missie na deze datum voor te zetten en in maart 2010 zal een besluit worden genomen over weer een verlenging, nu mogelijk van meer dan een jaar. Het politieke tij binnen de EU hiervoor is gunstig. De missie wordt inmiddels gezien als voorbeeld en katalysator voor het gemeenschappelijk veiligheids- en defensie beleid (GVDB) van de EU. Het Spaanse EU-voorzitterschap voedt daarnaast de belangstelling voor maritieme veiligheid die binnen de EU is ontstaan na de ratificatie van het Verdrag van Lissabon.
Taken
ATALANTA heeft drie taken gekregen. Allereerst dienen de schepen van het World Food Programme te worden beschermd. Doordat deze schepen langzaam varen en klein van omvang zijn, vormen deze een eenvoudig doelwit voor piraterij. Daarnaast dienen andere kwetsbare schepen te worden beschermd. Het Maritime Security Centre- Horn of Africa stelt vast welke schepen onder deze categorie vallen. De eerste prioriteit hebben de schepen die worden gebruikt door de African Mission in Somalia (AMISOM). Ook de bescherming van schepen in de IRTC en de Indische Oceaan valt onder deze taakstelling. De derde taak is het afschrikken, onderdrukken en voorkomen van piraterij. Hiertoe heeft de EU bijvoorbeeld overeenkomsten met Kenia en de Seychellen gesloten om piraten te vervolgen. Daarnaast wordt deze taak o.a vervuld door het in beslag nemen van apparatuur van piraten en het adviseren en propageren van Best Management Practices bij de koopvaardij.
Resultaten
In de media is het succes van ATALANTA bekritiseerd doordat 13 piraten met een overtuigende bewijslast uiteindelijk vrij moesten worden gelaten omdat geen van de betrokken landen tot vervolging wilde overgaan. Vervolging van piraterij blijft immers niet alleen een juridische maar ook een politieke afweging.
Dit incident is volgens Bindt dan ook niet representatief voor het succes van de gehele missie.
Alle statistieken van de missie wijzen op succes. Tijdens het Nederlandse commando is, door een sterk verbeterde samenwerking tussen alle actoren, op alle terreinen vooruitgang geboekt. Het aantal aanvallen en kapingen is gereduceerd, in de IRTC zijn geen schepen meer gekaapt en er zijn meer piraten gearresteerd en ontwapend en is er geen enkel schip van het WFP of AMISON gekaapt. Naast het vervullen van de beschermende, afschrikkende en preventieve taken heeft ATALANTA ook op andere vlakken winst geboekt. Steeds meer reders implementeren de geadviseerde “Best Management Practices” en melden hun passages aan bij het MSCHOA. Op regionaal vlak zijn er inmiddels contacten met de marines en kustwachten om piraterij te bestrijden. Het “International Maritime Bureau” en de “International Maritime Organisation” beschouwen de militaire aanwezigheid essentieel en zeer effectief.
Tot slot
Ondanks de successen benadrukte Bindt dat de EU-missie niet zal leiden tot het einde van de piraterij voor de kusten van Somalië. De oplossing van dit probleem ligt op land. De antipiraterij missie van de EU vormt echter een zeer zinvolle symptoombestrijding die eveneens een flinke impuls geeft aan het GVDB van de EU.
Commandeur Bindt voerde in de hoedanigheid van commandant van de operationele uitzendbare staf van de marine (NLMARFOR) het bevel over ATALANTA. Commandeur Bindt diende na zijn tijd op het Koninklijke Instituut voor de Marine (KIM) op verschillende onderzeeboten van de Potvis- en de Zwaardvisklasse. Van 1992 t/m 1994 was hij commandant van de onderzeeboot Hr. Ms Zeeleeuw. In 1999 en 2000 heeft hij Nederlandse en buitenlandse officieren opgeleid tot onderzeebootcommandant. In 2000 en 2001 was hij commandant van Hr. Ms. Tjerk Hiddes. Na een periode als marineplanner bij het ministerie van Defensie was commandeur Bindt van mei 2004 tot januari 2007 commandant van Hr. Ms. Rotterdam, waarna hij commandant van NLMARFOR werd.
Relevante filmpjes