student institute of peace- and security issues                       

Vergeet de chaos in Irak niet

chaosiniraq.jpg

Door Wladimir van Wilgenburg - Irak staat sinds enige tijd minder in de belangstelling. Het geweld is afgenomen, de Amerikanen willen in augustus 20101 vertrekken en men is in de veronderstelling dat de komende verkiezingen in 2010 gaan bijdragen aan stabilisatie in het land. De Irakezen konden echter nauwelijks overeenstemming vinden over een verkiezingsdatum, laat staan over hun eigen toekomst. Wat kunnen we verwachten van Irak en de aankomende verkiezingen?

De focus van Obama lijkt zich steeds meer te verschuiven naar Afghanistan en Pakistan. Momenteel zijn er nog 120.000 Amerikaanse soldaten in Irak. De terugtrekking begint zestig dagen na de verkiezingen2, maar de Irakezen konden het niet eens worden over de verkiezingswet, en de grondwettelijke deadline werd niet gehaald. In Irak wordt weinig waarde gehecht aan legitimiteitseisen. De politici aldaar vinden het belangrijker de belangen van de eigen gemeenschap te volgen dan haast te maken met een verkiezingsdatum. Om de hedendaagse problemen in Irak te kunnen begrijpen, is het niet alleen zaak om te kijken naar de meest recente ontwikkelingen, maar ook naar de historische context van het land.

Irakese geschiedenis in vogelvlucht
Historisch bezien speelt de erfenis die buitenstaanders hebben nagelaten een grote rol bij de problemen die momenteel gaande zijn in Irak. Na bijna 400 jaar deel te hebben uitgemaakt van het Ottomaanse Rijk, waarbij het gebied voortdurend een slagveld was tussen allerlei rivaliserende koninkrijken en stammen, werd Irak aan het einde van de Eerste Wereldoorlog door de Britten uit het Osmaanse rijk gesneden.3 Deze artificieel gecreëerde koloniale staat kende een fragiele demografische basis door de diverse etnische en religieuze groeperingen die er leefden. De grootste religieuze entiteit, de sjiieten, zijn eeuwenlang onderdrukt door de soennitische minderheid, die lange tijd de elite vormden in Irak. Daarnaast speelt de kwestie van de Koerdische bevolking die, verspreid over de regio, streeft naar een onafhankelijke staat. Deze problemen bleven voortbestaan na de onafhankelijkheid van Irak in 1932, de vele coup d‘états die volgden en het schrikbewind van Saddam Hoessein vanaf 1979. Na de Amerikaanse invasie en de val van de dictator in 2003 kwam er een eind aan de soennitische dominantie en kwamen de sjiieten via verkiezingen aan de macht. De Koerden kregen erkenning voor hun eigen federale regio en regering. Toch blijven de verschillen tussen deze groepen bestaan, ook tijdens het vaststellen van de verkiezingsdatum en kieswet.

De verkiezingswet in gevaar
De kieswet kon in oktober niet tot stand komen vanwege een meningsverschil over de olierijke stad Kirkuk. Deze provincie, bewoond door Koerden, Arabieren en Turkmenen, is tot een speelbal verworden tussen de Regionale Regering van Koerdistan (KRG), gezeteld in Erbil in Noord-Irak, en de Centrale Regering in Bagdad. Het centrale gezag in Bagdad weigert artikel 140 van de Iraakse grondwet uit te voeren, zoals de Koerden eisen. Dit artikel schrijft een referendum voor in de provincie Kirkuk en in andere ‘betwistte’ (etnisch gemengde) gebieden, om te bepalen of de provincie bij de regio Koerdistan of bij Bagdad gevoegd zal worden. Vooralsnog blijft Kirkuk een onopgeloste puzzel. De deadline voor de uitvoering van artikel 140 is al meerdere malen overschreden. Voorts wilde Bagdad Kirkuk uitsluiten van de verkiezingen, waarna de Koerden dreigden de verkiezingen te zullen boycotten. Uiteindelijk werd onder druk van Amerika en de VN4 begin november een compromis gevonden voor de kwestie.5 De verkiezingen in Kirkuk gaan gewoon door en er werd afgesproken dat deze in het geval van fraude in Kirkuk opnieuw zullen plaatsvinden. Dit was ook een geruststelling voor de Turkmenen en Arabieren uit Kirkuk, die de Koerden tijdens de vorige verkiezingen hadden beschuldigd van verkiezingsfraude.

Soennieten willen meer, krijgen minder
Alleen de kiezersregistratie bleef een probleem: er is geen bevolkingscensus meer geweest sinds 1950. De statistieken van Irak zijn net zo onbetrouwbaar als Iraakse politici.6 De Iraakse Hogere Kiescommissie (IHEC) besloot op 11 november om het aantal kiezers vast te stellen op basis van de statistische gegevens van het ministerie van Handel uit 2005, aangepast aan 2009 met schattingen van bevolkingsgroei. De cijfers van het ministerie geven inzicht in de bevolkingsgrootte, omdat het ministerie voedselrantsoenen verstrekt. Als gevolg steeg het aantal zetels in de soennitische provincie Nineveh met 63% (13 zetels), terwijl de Koerdische provincie Sulemaniyah geen extra zetels kreeg. Ondanks dat de zetelverdeling goed uitpakte voor de soennieten, werd de wet geboycot door de soennitische Iraakse vice-president Tariq al-Hashimi, lid van de driekoppige Presidentiële Raad. Volgens Hashimi waren er te weinig zetels voor de twee miljoen voornamelijk soennitische Iraakse vluchtelingen7 in het buitenland. Hij wilde hier meer stemmen voor krijgen.
Het gevolg was uiteraard ontevredenheid van de Koerdische kant. De Koerdische regionale president Massoud Barzani dreigde de verkiezingen te boycotten als de Koerden niet meer zetels kregen ter compensatie van de ‘verkeerde bevolkingsstatistieken’. De Koerden wilden uiteindelijk 17 zetels extra krijgen, omdat er geen rekening was gehouden met bevolkingsgroei in hun stad Sulemaniyah.8 De soennische Hashimi kreeg niet zijn zin, de sjiieten en de Koerden gooiden het op een akkoordje en op 23 november werd de wet aangepast door het Iraakse parlement. De nieuwe wet baseert het aantal kiezers op de dezelfde statistieken uit 20059, met een groei voor alle provincies van 2.8 procent per jaar om de bevolkingsgroei te compenseren. Als gevolg kregen de soennieten minder vertegenwoordiging en de Koerden meer. Volgens Sam Parker van het U.S. Institute of Peace gingen er zeven zetels van soennitische provincies naar de Koerdische regio‘s.10

Al-Hashimi dreigde met een tweede veto en eiste dat de kieswet rekening zou houden met de soennieten. Aanvankelijk wilden de sjiieten en de Koerden zijn veto terzijde schuiven door middel van een tweederde meerderheid in het parlement.11 Na een kort reces kwamen de partijen in december toch tot een compromis, na zware druk van de Amerikanen die zo snel mogelijk verkiezingen willen. Het compromis was dat de kieswet nu weer gebaseerd zou worden op de statistieken van het ministerie van Handel uit 2009, incluis de aanpassingen. Om de Koerdische eisen tegemoet te komen, kregen ze drie extra zetels voor Duhok en Sulaymaniiyah. De stemmen van de vluchtelingen werden in de wet geteld in hun districten van herkomst.12 De Koerden werden onder druk gezeten door de Amerikanen13 om de wet te accepteren. In ruil daarvoor verleenden de Amerikanen hun steun aan grondwetsartikel 140 en een bevolkingstelling.14 De Amerikanen gaven echter ook aan dat ze eventuele grondwetswijzigingen (artikel 142) door het Iraakse parlement zouden accepteren.

Dreigende fragmentatie
De verkiezingen staan nu gepland voor 7 maart.15 Hoewel de media de vorige verkiezingen van januari 2009 prezen als een non-sektarische en nationalistische overwinning, stemmen de Irakezen nog wel steeds voor hun eigen gemeenschap, aldus Irak-expert Patrick Cockburn.16 Ze veranderen hierbij wel van partijen binnen de eigen gemeenschap. De sjiieten stemden bijvoorbeeld in Basra op de lijst van Premier Maliki, in plaats van de Islamitische Hoge Raad van Irak.17 De meerderheid van de Arabieren steunen een sterke nationale overheid wel, in tegenstelling tot de Koerden, maar ze blijven ook op hun eigen stam of gemeenschap stemmen. Het Iraakse nationalisme neemt dus wel toe, maar een Koerd stemt op een Koerd, een sjiiet op een sjiiet en een soenniet op een soenniet.

Er zijn zes grote coalities die een kans maken op de meeste politieke macht. Volgens de Irak-experts van het Carnegie Endowment for International Peace presenteren hiervan alleen de Koerden zichzelf niet als een multi-etnische en multi-religieuze factie, wat in de praktijk een façade is gebleken.18 De Koerden zijn echter ook versplinterd tussen de nieuwe oppositiegroep Veranderingslijst (Gorran) en de regerende partijen KDP en PUK. De overige partijen zijn: Tawafuq (islamistische soennitische partij), de Iraakse Nationale Alliantie (voornamelijk islamitische sjiieten), Coalitie voor de Rechtsstaat van Premier Maliki (centralistisch en seculier), Eenheid van Irak (non-sektarisch, met veel soennitische stammenleiders) en de Iraakse Nationale Beweging (gedomineerd door nationalistische soennieten en ex-Baathist Allawi).
Volgens Irak-expert Joost Hilterman19 zal de grootste winnaar hoogstens een kwart van de stemmen krijgen. Dit is een groot verschil met de Iraakse verkiezingen van 2005, toen de sjiietische alliantie nog maar tien zetels nodig had voor een absolute meerderheid. In totaal zullen 296 partijen en onafhankelijke kandidaten meedoen aan de verkiezingen.20 Deze grote fragmentatie binnen de Irakese politiek zal de besluitvorming in de toekomst flink compliceren, omdat alle coalitiepartijen tevreden gehouden moeten worden om consensus te bereiken. Vage verkiezingsbeloftes en een chaotische Iraakse politiek liggen in het verschiet. Daarnaast zal het conflict over Kirkuk blijven voortmodderen, met een vooruitzicht op mogelijk gewelddadige escalatie. Het is nog maar de vraag of Amerika zich zo snel kan terugtrekken.

Wladimir van Wilgenburg studeert politieke wetenschappen en internationale betrekkingen aan de Universiteit van Utrecht. Hij schrijft onder meer voor de Iraaks-Koerdische krant Rudaw, de Jamestown Foundation en het Turkije Instituut.