student institute of peace- and security issues                       

Gruweldaden Khmer Rouge: Eerste proces Cambodja-tribunaal van start

S-21 vanuit een zijvleugel.jpg

Door Janou Zoet - Khmer Rouge-leider Pol Pot en zijn aanhangers raasden dertig jaar geleden door Cambodja en vernietigden in vier jaar tijd bijna een kwart van de bevolking. De verschrikkingen van het Khmer Rougeregime speelden zich onder andere af in de Tuol Sleng gevangenis in Phnom Penh. In het voorjaar van 2010 doet het Cambodja-tribunaal haar eerste uitspraak in de zaak tegen toenmalig gevangenisdirecteur Kaing Guek Eav.

Het was “To kill or be killed.” Voormalig wiskundeleraar Kaing Guek Eav – beter bekend als ‘Duch’ – stond tijdens het Khmer Rouge regime van Pol Pot (van 1975 tot 1979) aan het hoofd van de beruchte Tuol Sleng gevangenis, een voormalig schoolgebouw midden in het centrum van de hoofdstad Phnom Penh. Onder zijn leiding werden daar naar schatting 14.000 tot 20.000 mensen de dood in gemarteld. Nu staat hij terecht voor de Extraordinary Chambers in the Courts of Cambodia. “Duch moest slaafs gehoorzamen aan het regime om zijn eigen leven en dat van zijn familieleden veilig te stellen”, zo pleitte de advocaat van het Rode Khmer-kopstuk tijdens het slotpleidooi van ‘Case 001’ op 27 november jl. Niet iedereen in Cambodja is blij met het tribunaal, waar Duch tot nu toe als enige van de vijf nog in leven zijnde en opgespoorde verdachten, zich heeft uitgelaten over de zwartste bladzijde uit de Cambodjaanse geschiedenis.

The year zero
Democratic Kampuchea, het gebied dat nu Cambodja heet, raakte in de jaren ’70 betrokken bij de oorlog tussen de Verenigde Staten en Vietnam. In de hoop de daar verscholen Viet Cong uit te schakelen, bombardeerde de VS grote delen van het ‘neutrale’ Cambodja. Als militaire tak van de toenmalige Maoïstische Communistische Partij, en toendertijd gepresenteerd als revolutionaire redding van de Amerikaanse bombardementen, kwam de Cambodjaanse Khmer Rouge in opstand. Onder leiding van Pol Pot ontketende zij een beweging die op het eerste gezicht een bevrijding leek van de gevestigde orde, waarbij een kleine minderheid de macht en rijkdom had en de meerderheid in armoede leefde. Maar niets was minder waar. Toen de Rode Khmers, na een burgeroorlog van vier jaar met zo’n 600.000 slachtoffers, in 1975 de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh binnenvielen, kon niemand nog vermoeden welke gevolgen dit zou hebben. Pol Pot (echte naam: Saloth Sar)6 verstootte de toenmalige president Lon Nol van de troon. Door Pol Pot’s verbond met de populaire Cambodjaanse koning Sihanouk werd hij door de bevolking volledig vertrouwd. Pol Pot werd echter de leider van één van de bloedigste perioden uit de wereldgeschiedenis. Het jaar 1975 werd door Pol Pot en de zijnen omgedoopt tot ‘the year zero’, waarna grootscheepse hervormingen werden ingezet.

Binnen 72 uur werd de gehele populatie van de stad Phnom Penh verhuisd naar het platteland. Een ‘stadsmens’ bestond niet meer, individualiteit werd verboden. Voortaan zou Cambodja enkel bestaan uit landarbeiders die gezamenlijk en als één natie zouden werken aan de wederopbouw van de agrarische oorsprong van het land. Rigoureuze maatregelen werden in sneltreinvaart door de Khmer Rouge doorgevoerd: buitenlanders mochten het land niet meer in en geld werd verbannen, evenals het Boeddhistische geloof. Iedereen moest dezelfde zwarte kleding dragen en vrouwen moesten het haar op gelijke lengte knippen. Kinderen, volwassenen, ouderen: iedereen werkte 12 tot 18 uur per dag en zeven dagen per week in collectieve boerderijen, om aan de regels van Pol Pot en zijn aanhangers te voldoen. Vaak met de dood tot gevolg, want het door henzelf verbouwde voedsel bleek niet voldoende voor iedereen. De stedelingen en leiders van de Rode Khmer wisten weinig over het verbouwen van rijst, waardoor de oogsten steeds kleiner werden. Bovendien werden, in ruil voor onder andere wapens, grote delen van de oogst geëxporteerd naar het buitenland, zodat er onvoldoende eten in eigen land bleef om iedereen van een volle maag te voorzien. Mensen stierven van de honger, maar er was meer aan de hand: Pol Pot en zijn rode Khmers bleken meedogenloos. Een mensenleven in Cambodja was weinig waard.
‘Westers gedachtegoed’, maar vooral Amerikaans kapitalisme moest verdwijnen uit het Cambodjaanse bestaan. Dit had tot gevolg dat eenieder die iets van doen had met de Verenigde Staten, of ‘het Westen’ in het algemeen, werd beschouwd als vijand van Cambodja. Ook beleerdheid of wetenschap werd als onnodig en bedreigend beschouwd door het regime. Iedereen moest gelijk zijn. Executies reikten steeds verder: geen leraar, arts of anderszins geleerd persoon was zijn leven nog zeker. Monniken, leden van het voormalige Lon Nol regime of andere oppositieleden, mensen die een buitenlandse taal spraken, of maar een buitenlands boek in bezit hadden, werden zonder pardon geëxecuteerd. In het bijzonder moesten Vietnamezen het ontgelden, Pol Pot was bang dat Cambodja zou worden ingelijfd door Vietnam. Om zijn land niet van de landkaart te laten verdwijnen, werd iedereen die Vietnamees was of daarmee iets van doen had, als vijand beschouwd.

S-21
Naast directe executies werden vele ‘vijanden’ verplaatst naar security offices zoals de Tuol Sleng gevangenis -bekend als S-21-, om daar te bekennen dat zij tegenstanders waren van het regime.12 De terechtstaande Duch, leider van S-21, was niet alleen verantwoordelijk voor de communicatie met zijn leidinggevenden vanuit S-21. Ook de afdelingen van bekentenissen, fotografie van nieuwe gevangenen, verhoor en de bewakers vielen onder zijn gezag. Voordat er een executie plaatsvond, werd iedereen nauwkeurig geregistreerd met foto en nummer en werden de gevangenen net zo lang gemarteld totdat deze een schuldbekentenis tekenden, ter rechtvaardiging van de executie. “Ik was het hoofd van S-21. Alle misdaden die daar zijn gepleegd, vielen onder mijn verantwoordelijkheid,” bekende Duch tijdens zijn verhoor in april jl. “Ik wil dat de hele wereld weet dat ik iets heel verkeerds heb gedaan.”
Wie S-21 inging, kwam er niet meer uit. Duch: “Elk security office, inclusief S-21, had de taak om mensen gevangen te nemen, te martelen en een bekentenis los te krijgen. Om ze uiteindelijk te vermoorden; te laten verdwijnen.”

De overgebleven documentatie en vooral de vele foto’s van die tijd, maken duidelijk dat in vier jaar tijd 14.000 tot 20.000 volwassenen en kinderen naar Tuol Sleng zijn gebracht en op gruwelijke wijze zijn gemarteld en vermoord. Slecht zeven gevangen overleefden de martelgang, één persoon daarvan werd vroegtijdig vrijgelaten. De anderen werden gedwongen een bekentenis van vijandschap af te leggen. Daarbij werden de wreedste martelmethoden toegepast. “We gebruikten allerlei vormen van marteling: zweepslagen, elektrocutie, uithongeren. Bewakers moesten ervoor zorgen dat de gevangenen niet doodgingen voordat hun bekentenis was afgerond”, aldus Duch. Ook het ondersteboven ophangen van gevangenen in een ton water was een vaak gebruikte methode om een bekentenis op papier te krijgen.
Voor de Khmer Rouge bleef het niet alleen bij executeren van directe vijanden. Duch: “Als een man werd geëxecuteerd, wachtten zijn vrouw en andere familieleden dezelfde behandeling.”18 Het voormalige gevangenishoofd bekende zelfs dat baby’s van oppositieleden tegen een boom werden doodgeslagen. Om kogels te sparen. “Als een leidinggevende uit de weg moest worden geruimd, waren zijn ondergeschikten de volgende. Dat maakte iedereen heel voorzichtig en volgzaam.” De werknemers van S-21 waren hierdoor hun leven ook niet zeker. “Mijn taak was niet alleen het geven van orders,” verklaarde Duch, “maar ook het trainen en onderwijzen van bewakers en andere teams. Ik moest hen indoctrineren zodat ze gevangenen durfden te verhoren, dúrfden te martelen.” Als orders niet werden opgevolgd, wachtten de bewakers hetzelfde lot als de gevangenen. Hierdoor deden ze wat hen werd opgedragen. “Ik maakte hen onmenselijk”, aldus Duch.

Op 21 december 1977 stormden 150.000 Vietnamese troepen Cambodja binnen. Pol Pot vluchtte naar het noorden van het land naar de grens met Thailand. De Vietnamese troepen bereikten in juni ’78 Phnom Penh, installeerden een nieuwe regering en maakten daarmee een einde aan het moordregime van Pol Pot en zijn Khmer Rouges. Nadat de Rode Khmers waren verdreven, werd pas echt duidelijk wat zich de jaren ervoor in het land had afgespeeld. Pol Pot en zijn volgelingen hadden voor een massamoord gezorgd, maar vele Cambodjanen konden amper geloven dat de ‘betrouwbare’ en ‘vriendelijke’ Pol Pot dat alles op zijn geweten had. Zelfs Duch verklaarde nooit geweten te hebben van de omvang van de daden van de Khmer Rouge: “Ik wist niet dat er nog zoveel meer plaatsen waren als S-21.” Door verhongering, marteling en executies, overleefden naar schatting 1,7 miljoen mensen het regime niet.

Tribunaal
Na moeizame onderhandelingen bereikte toenmalig Secretaris- Generaal van de Verenigde Naties Kofi Annan in 2004 een overeenkomst met de Cambodjaanse regering tot oprichting van het Cambodja-tribunaal. Het tribunaal, bestaande uit zowel Cambodjaanse- als internationale rechters en medewerkers, heeft een beperkte jurisdictie. Deze reikt niet verder dan de opsporing en berechting van ‘leidinggevenden’ van het toenmalige regime. Pol Pot overleed reeds in 1998 en ook veel andere kopstukken zijn inmiddels overleden. Na opsporing wachten nu slechts vijf overgebleven Khmer Rouge kopstukken op een oordeel van het Cambodja-tribunaal.

Aangezien de meeste leiders van toen op leeftijd komen, is haast geboden bij hun berechting. Het is een laatste kans om de Cambodjaanse bevolking, die nu voor 70% uit mensen onder de 30 jaar bestaat, een gevoel van rechtvaardiging te bezorgen.

Het werk van het Cambodja-tribunaal wordt echter bemoeilijkt. Ondanks de meedogenloze geschiedenis van de Khmer Rouge, speelt de partij nog steeds een rol in het land. Een aantal van de toenmalige partijleden zetelt in de huidige overheid, wat verhoor en eventuele veroordeling van meer (oud-) Khmer Rouge leden gevoelig maakt. Op 3 december jl. verklaarde de huidige Cambodjaanse minister-president Hun Sen tijdens een toespraak dat hij liever ziet dat het Tribunaal faalt in haar taken, dan dat er nog meer Khmer Rouge aanhangers opgepakt of gehoord worden. Volgens Hun Sen zou het tot onlusten leiden in zijn land en ligt er zelfs een burgeroorlog op de loer als het Cambodja-tribunaal verdere stappen onderneemt.
Duch werd na een zoektocht gevonden in een hutje in de rimboe van Cambodja. Daar leefde hij onder een andere naam en werkte als vrijwilliger in een vluchtelingenkamp. Hem wordt moord, verkrachting, foltering, uitroeiing en slavernij ten laste gelegd, evenals ernstige schendingen van de Geneefse Conventies. Duch zou ook ernstige inbreuk hebben gemaakt op de Cambodjaanse Penal Codes van 1956, waaronder bijvoorbeeld de aanklacht van moord met voorbedachten rade valt. De openbaar aanklagers van het Cambodja-tribunaal hebben 40 jaar gevangenisstraf tegen Duch geëist.

Hoewel Duch eerder zijn excuses aanbood aan het Cambodjaanse volk en verklaarde elke straf te zullen accepteren, kwam zijn verdediging op de slotdag van het proces met een verrassing uit de hoge hoed. Bij monde van zijn Cambodjaanse advocaat, eindigde Duch met het verzoek tot vrijspraak en vrijlating. De advocaat stelde dat zijn cliënt niet door het tribunaal mag worden berecht, omdat deze is ingesteld voor berechting van ‘leiders’ van het Khmer Rouge regime en Duch slechts een onderofficier was: “Hij gaf dus geen orders, maar volgde deze enkel op”, aldus de advocaat. Hoe dan ook neemt het slotpleidooi in het eerste proces van het Cambodja-tribunaal de eerdere woorden van Duch niet weg: “Niemand kan weten wat er zou zijn gebeurd als het Khmer Rouge regime niet een halt was toegeroepen. De misdaden waren extreem.”

Gezien de omvang van de zaak en het bewijsmateriaal30 wordt de uitspraak in het ‘Duch-proces’ begin 2010 verwacht.