student institute of peace- and security issues
student institute of peace- and security issues
Herman Schaper is sinds september Permanent Vertegenwoordiger van Nederland bij de Verenigde Naties in New York. Schaper was voorheen Permanent Vertegenwoordiger bij de NAVO in Brussel en in die hoedanigheid sprak JASON met hem in 2007. Afgelopen november besloot JASON dit gesprek nogmaals te voeren. Bas van Eybergen en Pieter Rademakers bezochten hem op de permanente Nederlandse vertegenwoordiging bij de VN in New York.
Wat voor werk doet u?
“De Verenigde Naties is een klassieke intergouvernementele organisatie waarin de lidstaten in overleg met elkaar het beleid van de organisatie bepalen. Er zijn een groot aantal instellingen (het secretariaat, agentschappen, fondsen) die dit beleid ten uitvoer brengen, maar de besluitvorming ligt bij de 192 lidstaten van de VN. Om de mening van een land over het vast te stellen beleid over te brengen op andere landen, en om de uitvoering van het vastgestelde beleid te controleren, heeft iedere lidstaat een permanente vertegenwoordiging. Bij het VN-hoofdkwartier in New York heeft Nederland een vertegenwoordiging die onder mijn leiding staat. New York is overigens niet de enige stad met een Nederlandse VN-missie. Er zijn verschillende steden over de wereld waar Nederland een VN-missie heeft. De missie in New York is samen met die van Genève de belangrijkste, maar ook zeker Wenen of Den Haag, waar steeds meer VN-instellingen hun zetel hebben, worden steeds belangrijkere VN-hoofdsteden. Met een staf van vijftien diplomaten, datzelfde aantal aan ondersteunende staf en elf stagiaires zijn wij de grootste van de Nederlandse VN-missies. Wij werken hier hard om het standpunt over het voorgenomen beleid van de Nederlandse regering over te brengen bij onze collega’s van andere landen. Voorts controleren wij de uitvoering van het beleid en dat doen wij ook bij de overige in New York gevestigde instellingen als UNICEF en het UNDP.”
Kunt u een dag in het leven van Herman Schaper beschrijven?
“’s Ochtends vroeg zwem ik een half uur om in conditie te blijven. Vanochtend had ik vervolgens een overleg met ‘de Vrienden van Afghanistan’. Dat is een gezelschap van ambassadeurs van landen die actief zijn in Afghanistan. Ook secretaris-generaal Ban Ki-moon was daarbij aanwezig. Daarna heb ik een kennismakingsbezoek gebracht aan de Iraanse vertegenwoordiger bij de VN. Een traditie is dat je alle ambassadeurs persoonlijk bezoekt aan het begin van je termijn. Want als je dan eens een keer iemand nodig hebt, zijn de lijntjes veel korter. Ik heb tot nu toe iets van 75 bezoeken afgelegd en mijn ambitie is 100 met de Kerst. En na de Kerst moeten dan de volgende 100 komen, want uiteindelijk zijn het er bijna 200! Vanmiddag heb ik een lunch met Ad Melkert om te praten over Irak en vervolgens een gesprek met een andere Nederlander die werkt bij de VN. Vanavond heb ik een diner met de denktank The International Peace Institute. Die hebben zo`n zeven ambassadeurs uitgenodigd om te brainstormen over de dynamiek en de nieuwe machtsverhoudingen in de wereld en hoe de VN daarop moet reageren. Zo`n instituut probeert dan een groep positief denkende ambassadeurs van landen uit verschillende windstreken bij elkaar te brengen om de agenda van de VN te organiseren. U ziet dat ik vooral informeel zaken doe; dit is vaak belangrijker dan formele vergaderingen, omdat het formele gedeelte meestal het eindpunt van de rit is waar je afrekent. Ik hecht veel waarde aan informele ontmoetingen en bijeenkomsten waar ik belangrijke actoren uit het veld kan ontmoeten.”
De Verenigde Naties richten zich op heel veel verschillende terreinen en onderwerpen. Hoe gaat u te werk en waar stelt u prioriteiten?
“Het klopt dat de VN zich richt op een breed scala aan onderwerpen, de belangrijkste daarvan zijn veiligheid, ontwikkelingssamenwerking en mensenrechten. Nederland is op alle drie terreinen zeer actief. Vanwege de vele werkzaamheden van de VN zijn er heel wat uitnodigingen voor bijeenkomsten, vergaderingen en andere formele en informele meetings die ik afsla om te voorkomen dat ik 24 uur per dag bezig ben. Om me te kunnen focussen op die zaken die voor Nederland belangrijk zijn, heb ik een vijftal prioriteiten meegekregen vanuit Den Haag. De één is niet per se belangrijker dan de ander, ook zijn dit de prioriteiten naast de vanzelfsprekende kwesties als het klimaat of de problematiek in het Midden-Oosten. De eerste van de vijf gaat over de internationale rechtsorde; deze is onder andere belangrijk omdat we Den Haag als juridische hoofdstad van de wereld willen profileren. Een tweede is de problematiek rond peacekeeping en peacebuilding; hierin proberen we met landen van gedachten te wisselen over de allesomvattende aanpak van Nederland in Afghanistan. De derde is het streven om van de VN een goed samenwerkende geïntegreerde organisatie te maken. De vierde is gericht op genderproblematiek [vrouwenrechten] en de laatste op internationale samenwerking ten aanzien van de financiële crisis.
In onze werkwijze richten we ons vooral op de Algemene Vergadering omdat Nederland geen zetel heeft in de VN-veiligheidsraad. Als we wel een zetel hebben in de Veiligheidsraad, overschaduwt dat alle werkzaamheden van de vertegenwoordiging. De missie probeert wel de Veiligheidsraad te beïnvloeden ten aanzien van de Nederlandse prioriteiten via gesprekken met de individuele leden, en bijdragen aan de open debatten die de Veiligheidsraad soms voert, en waar geïnteresseerde leden van de VN aan kunnen deelnemen. Voorts wordt van de vergaderingen van de Veiligheidsraad verslag gedaan aan Den Haag.
Binnen de Algemene Vergadering werken we in een zestal commissies waarin wordt vergaderd over verschillende onderwerpen. Dat overleg mondt dan uit in een groot aantal resoluties, die voor Nederland niet allemaal even belangrijk zijn. De eerste commissie doet aan ontwapening en wapenbeheersing, en heeft een relatief korte zitting, want de echte onderhandelingen vinden plaats in een aparte commissie in Genève (waar overigens niet alle VN-lidstaten lid van zijn).
De tweede commissie richt zich vooral op economische onderwerpen, met name ontwikkelingssamenwerking. Een belangrijk onderwerp voor Nederland, omdat Nederland veel geld aan ontwikkelingshulp uitgeeft. Binnen de VN hoort Nederland bij de grootste donoren. Ook voor de ontwikkelingslanden zelf is het een heel belangrijk onderwerp, omdat de Algemene Vergadering het enige instituut in de wereld is waar ontwikkelingslanden op een gelijk niveau en met een gelijke stem kunnen praten met ontwikkelde landen. Voor deze landen is de VN dan ook primair een organisatie waar geld op tafel komt.
De derde commissie houdt zich bezig met onderwerpen als mensenrechten en humanitaire hulp. Vooral de zogenaamde landenresoluties, waarin de mensenrechtensituatie in individuele landen (Iran, Noord-Korea, Myanmar) aan de kaak wordt gesteld, leiden tot felle debatten. Ook wordt er altijd over deze resoluties gestemd, wat niet zo vaak voorkomt want meestal wordt geprobeerd in de diverse commissies van de AV consensus te bereiken.
De vierde commissie houdt zich bezig met politieke onderwerpen. Problemen in het Midden-Oosten zijn natuurlijk de meest gevoelige thema’s. In die commissie wordt tussen de landen de ontwikkelingen besproken; met resoluties wordt vervolgens getracht een politieke boodschap af te geven. Deze verschillen overigens van de resoluties van de Veiligheidsraad, die hebben direct operationele consequenties, welke dwingend kunnen zijn. Resoluties van de Algemene Vergadering zijn dat niet.
De vijfde commissie houdt zich bezig met financiële zaken. Daar hebben alle lidstaten natuurlijk belang bij (wie betaalt hoeveel? Waar gaat het geld naar toe?) en de vergaderingen in deze commissie duren meestal tot vlak voor Kerst, waarbij soms nachtenlang wordt doorvergaderd, voordat men er uit komt. Voor degenen die zich zorgen maken over mijn nachtrust: al dit werk in de diverse commissies doe ik niet zelf. De ambassadeur komt vooral opdraven als het nodig is het belang te onderstrepen dat zijn/haar land aan een bepaald onderwerp hecht, en als het om politiek gevoelige onderwerpen gaat. Ook in de vijfde Commissie is consensus de regel. Er gaat veel geld om binnen de VN, met name op het gebied van vredesoperaties. Zo zijn er nu ongeveer honderdduizend militairen, burgers en politiemensen werkzaam in het veiligheidsbeleid van de VN. De rekening daarvan loopt in de miljarden. Het budget voor operaties is, in tegenstelling tot de NAVO, zeer hoog, omdat landen de kosten van een missie vergoed krijgen. Bij de NAVO is dat niet zo, daar betalen de lidstaten zelf voor de meerkosten van een missie.
De zesde commissie is de juridische, eentje die niet zoveel aandacht krijgt maar wel heel belangrijk is. Omdat daar de juridisch bindende afspraken gemaakt kunnen worden maar ook omdat daar de internationale gerechtshoven en tribunalen besproken worden, waarvan een aantal in Den Haag gevestigd is.”
Ziet u verschillen in effectiviteit tussen de NAVO en het veiligheidsbeleid van de VN?
“Dat is moeilijk te vergelijken want de NAVO en de VN verschillen van aard. Bij de VN is de filosofie bij militaire operaties dat je erin gaat met instemming van de partijen, dat je politiek neutraal bent, dat je een overeengekomen vredesakkoord of een wapenstilstand ondersteunt en dat je geen geweld gebruikt anderszins dan in zelfverdediging en ter uitvoering van je mandaat. De NAVO voert dergelijke operaties ook uit, maar specialiseert zich als het ware in operaties waarin je wel hardhandig ingrijpt, zoals in Kosovo of in Afghanistan. En dat is dus een soort van gegroeide rolverdeling; de NAVO doet moeilijkere operaties waar ook geweldsgebruik aan de orde is, waar je vaak wél partij kiest.
Bij bijna al die operaties wordt samengewerkt tussen de NAVO en niet-militaire afdelingen van de VN. Een aantal ontwikkelingslanden en Rusland zien liever geen formele samenwerking tussen de hoofdkwartieren van de NAVO en de VN ‘omdat de NAVO eigenlijk maar een Amerikaans instrument is’, zoals dan wordt gezegd. Maar in het veld is die samenwerking vaak nodig en belangrijk (zie bijvoorbeeld Afghanistan) zodat daar die samenwerking wel plaatsvindt. En het is natuurlijk ook zo dat de NAVO een mandaat van de VN uitvoert in bijvoorbeeld Afghanistan of op de Balkan.
Op dit moment zien we ook dat er bij de VN een discussie gaande is over ‘robust peacekeeping’, een steviger manier van opereren binnen vredesoperaties waarbij men ook wat minder op de NAVO hoeft te leunen. Bij de NAVO zien we aan de andere kant dat de aanpak dat de bondgenoten bij operaties als in Kosovo en Afghanistan zelf bepalen hoeveel ze bijdragen, niet echt meer werkt. Eigenlijk zou de NAVO naar een financieringsysteem moeten als bij de VN, waar landen de missie vergoed krijgen, zodat de kosten eerlijker worden verdeeld. We zien dus dat bij beide organisaties zaken verbeterd kunnen worden en dat beide organisaties van elkaar kunnen leren.”
Waar is de VN volgens u het meest effectief en waar niet?
“Een terecht punt van kritiek is dat we hier soms met de discussie een probleem alleen maar vergroten. Daar zien we dat iedereen vooral de messen slijpt en op elkaar in hakt. Dan denk ik vaak, wat zijn we er nou eigenlijk mee opgeschoten? Maar bijvoorbeeld op het gebied van mensenrechten heeft de VN toch een heleboel bereikt. Verder zijn er tal van veiligheidszaken geweest waarin de VN een belangrijke rol heeft gespeeld, onder meer bij bemiddeling en het voorkomen van conflicten. Maar het is natuurlijk niet altijd eenvoudig om aan te tonen dat jouw interventie een conflict heeft voorkomen. Er zijn ook veel voorbeelden van succesvolle peacekeeping operaties zoals in Sierra Leone, Liberia, Mozambique, Guatemala en Cambodja. Helaas is er weinig aandacht geweest voor deze dossiers, omdat slecht nieuws eerder nieuws is dan goed nieuws. Verder is het heel belangrijk dat de ontwikkelingslanden die in veel organisaties geen stem hebben, hier wel een podium krijgen.”
Herman Schaper heeft moderne geschiedenis aan de universiteit van Leiden gestudeerd. Ook heeft hij een master in internationale betrekkingen aan de universiteit van Virginia volbracht. Van 1981 tot 1982 was hij lid van de Tweede Kamer voor D66 en daarvoor werkte hij als onderzoeker voor het NGIZ. Binnen het ministerie van Buitenlandse zaken is Schaper onder andere directeur van de directie Veiligheidsbeleid en plaatsvervangend Directeur-generaal politieke kwesties geweest.