student institute of peace- and security issues                       

Frozen & Forgotten: Ethiopië – Eritrea

UN_Soldiers_in_Eritrea.jpg

Door Roxy Tacq - De bloederige oorlogen in Irak en Afghanistan, de strijd van Sri Lanka met de Tamils, de kranten staan er mee vol. Er zijn echter nog een groot aantal andere conflicten die in de dagelijkse media deze aandacht niet krijgen; de zogenaamde ‘bevroren’ of ‘vergeten’ conflicten. Hoewel er bij deze conflicten geen sprake is van gewapend conflict, leven de bewoners van deze conflictgebieden al jaren in onzekerheid over hun toekomst, moeten ze in illegaliteit leven, of zijn ze van hun huis verdreven. Ondertussen kunnen de betrokken partijen niet tot een oplossing komen en is er in de internationale media nauwelijks aandacht voor het conflict, of de situatie waarin de bewoners van deze conflictgebieden dagelijks leven. Om deze conflicten onder de aandacht te brengen, plaatst JASON Magazine een vierdelige serie over vergeten conflicten.

Deel 4: Ethiopië en Eritrea
Sinds Eritrea zich ontworstelde van Italiaanse kolonisatie heeft het land weinig rust gekend. Nadat het geannexeerd werd door Ethiopië ontstond een onafhankelijkheidsbeweging, welk na 30 jaar slaagde in haar missie. Hoewel de relatie tussen beide landen in het begin goed was, liepen de spanningen al snel op. Ethiopië viel Eritrea in 1999 binnen, wat leidde tot een tweejarige grensoorlog over de grensstad Badme. Ondanks het ondertekenen van een staakt-het-vuren, bekend als de Algiers overeenkomst, heeft het bemiddelingsproces en een beslissing van de bijhorende grenscommissie niet kunnen leidden tot vrede. In 2002 verwierp Ethiopië de beslissing van de grenscommissie, nadat ze zich realiseerde dat Badme volgens deze overeenkomst aan de Eritreese kant lag.

Voor de buitenwereld lijkt het conflict over de woestijnstad Badme misschien buitensporig. Echter, wanneer de casus onder de loep wordt genomen is er meer aan de hand. Het conflict gaat niet alleen over de acceptatie van de grensbeslissing, maar ook over economische aspecten zoals toegang van Ethiopië tot de havens aan de Rode Zee, interne legitimiteit en nationale identiteit.

Impact
Sinds het stuklopen van het vredesproces zijn beide landen in een staat van koude oorlog met elkaar. De grens is dicht, wat ertoe leidt dat beide markten voor elkaar gesloten zijn. Eritrea is hierdoor niet in staat om genoeg voedsel te importeren uit Ethiopië en een vitale economie op gang te brengen. Tot nu toe heeft het land kunnen overleven op een aantal jaren van goede regen en geld dat gevluchte Eritreërs naar hun familie sturen. Dat deze strategie op den duur mis gaat was te zien tijdens de voedselcrisis in 2008. Hoewel Ethiopië niet kampt met een voedseltekort, schaadt het conflict de economie, omdat ze een afzetmarkt verloren heeft en in- en export via de havens van Eritrea niet meer mogelijk is. Daarnaast leidt de allocatie van extra budgetten aan defensie ertoe dat er minder geïnvesteerd wordt in de sociaal-economische ontwikkeling van beide landen.

Eritrea
Op Eritrea heeft het conflict meer invloed, gezien de grootte van het land. Om de grensgebieden te beschermen is een groot deel van de bevolking in militaire dienst. Er bevinden zich een kwart miljoen troepen in de loopgraven langs de grens. Eritrea behoort hiermee tot een van de meest gemilitariseerde landen ter wereld . Door de economische isolatie en de hoge defensie-uitgaven is het economische leven gestagneerd en hebben privéondernemingen weinig bestaansmogelijkheden. Velen ontvluchten de dienstplicht en voedseltekorten, waardoor nu een kwart van de bevolking over de grens woont . Een andere belangrijke reden voor de grote stroom vluchtelingen is het politieke klimaat. Sinds september 2001 staat de vrije pers onder druk, worden studenten en critici gearresteerd, en zijn de verkiezingen voor onbepaalde tijd uitgesteld. De overheid wordt steeds repressiever en voert een politiek van isolatie. Vandaag de dag heeft een kleine cirkel om de president de totale macht over alle politieke, economische en sociale aspecten van het leven. Eritrea behoort nu tot een van de meest repressieve regimes ter wereld.

Ethiopië
Ook in Ethiopië veranderde de politieke situatie. Direct na de oorlog werd binnenlands protest bruut neergeslagen en werden duizenden partijleden van hun positie gehaald. Sindsdien is Ethiopië stap voor stap autoritairder geworden. Nadat de bevolking de verkiezingen in 2005 had aangegrepen om hun onvrede over het regime en de uitkomst van de oorlog te uiten, werd dit proces snel geneutraliseerd. De administratieve structuur en de controles door de autoriteiten werden zodanig aangepast en verscherpt dat protest in de toekomst in de kiem gesmoord kan worden. Ook heeft de regering nieuwe wetten aangenomen welke onderdrukking en het aan banden leggen van elke electorale oppositie mogelijk maken. De laatste groep waarvan de overheid nog weerstand kreeg, de internationale “Donor Assistance Group”, werd eind 2005 monddood gemaakt.

Somalië
De destabiliserende effecten van het conflict zijn ook te zien in Somalië. Hoewel verscheidene fracties hier al jaren vechten om de macht, heeft de steun van Ethiopië en Eritrea aan respectievelijk de “Transitional Federal Government” (TFG) en de “Union of Islamic Courts” (UIC) het conflict geïntensiveerd en verlengd. Ethiopië had 6000 tot 8000 troepen in Somalië, en Eritrea bood zowel militaire steun in de vorm van 2000 troepen, als onderdak aan verschillende militante fracties . Voor Ethiopië was de deelname aan het Somalische conflict een manier om tegen te gaan dat er een machtsvacuüm ontstaat. Nog belangrijker, Ethiopië wil voorkomen dat separatistische rebellen aan de macht komen in de Somalische regio Ogaden, in het oosten van Ethiopië. Ondertussen voert Eritrea met haar steun aan de tegenpartij een strategie waarin ze hoopt de Ethiopische troepen bezig te houden in het oosten.

Het hoogte- (of diepte)punt van het conflict in Somalië kwam in december 2006 toen de leiders van de UIC de Ethiopische regering uitdaagde door een claim te leggen op Ogaden. Hoewel de verwezenlijking van deze claim niet realistisch was, voelde Ethiopië zich toch gedwongen te reageren op de dreiging die de verhoogde aanwezigheid van Eritreese troepen samen met nationale militanten in het UIC gebied uitoefenden. Om te voorkomen dat ze hun machtsbasis konden uitbreidden verdreven ze de UIC uit Mogadishu en hielpen ze de TFG aan de macht.

De aanwezigheid van de Ethiopische troepen zorgde voor een extreem hoog niveau van geweld. Hoewel de Verenigde Staten de interventie van Ethiopië in Somalië eerst goedkeurde, zorgde het verhoogde geweld ervoor dat de regering-Bush op den duur de voorkeur gaven aan strategische terugtrekking. Door de afhankelijkheid van de TGP van de Ethiopische steun, nam haar macht drastisch af toen Ethiopië haar troepen in januari jl. terugtrok. Sinds juli beheert de TFG alleen nog delen van Mogadishu en staat Centraal -en Zuid Somalië onder controle van Al Shabaab (een aan Al-Qaeda gelieerde groep) en bondgenoten.

Hoewel het conflict in Somalië haar eigen dynamiek heeft en het einde van het Ethiopisch-Eritrese conflict niet genoeg is om stabiliteit te brengen in Somalië, is het een extra horde die genomen moet worden om tot een vreedzame en langdurige vrede te komen. Omgekeerd zorgt het conflict in Somalië niet alleen voor instabiliteit in dit land, maar ook tussen Ethiopië en Eritrea, omdat het de (militaire) verhoudingen kan ontwrichten. Wanneer dit gebeurt, zal het conflict opnieuw oplaaien.

Oorzaken
Al voor de tweejarige grensoorlog begon was er meerdere malen onenigheid over de precieze territoriale grens. Eritrea berust haar claims op de grens van 1934, destijds bepaald door Italiaanse kolonisatie. Dit is op zich al problematisch, omdat deze grens door Italië niet duidelijk afgebakend was. Daarnaast heeft Ethiopië ook historische gefundeerde argumenten voor haar aanspraak op sommige grensgebieden. Zo beargumenteert het op dat er tijdens de koloniale tijd al geen respect was voor de grens, omdat de verdragen met Italië ongeldig werden vanaf het moment dat het Ethiopië binnenviel in 1935.

De voortdurende onenigheid over de grens is echter niet de enige oorzaak of de aanleiding van de oorlog. Na de onafhankelijkheid van Eritrea was de relatie tussen beide landen voor enkele jaren goed. De divergerende ontwikkeling in economisch beleid en staatsinrichting tussen beide landen zijn belangrijke factoren die hebben bijgedragen aan de breuk. Zo ging Ethiopië de competitie aan op goederen die voorheen uit Eritrea werden geïmporteerd en voerde Eritrea hoge import- en exportbelastingen in op de goederen die via de haven van Asseb werden getransporteerd. Er ontstonden politieke spanningen, omdat de EPLF in Eritrea vreesde dat het idee van federale etnische vertegenwoordiging, zoals dat in Ethiopië bestaat, zou aanslaan bij (en mogelijk overslaan naar) haar burgers. Het zelfbeeld van het Eritreese volk, als meer ontwikkeld en ‘geciviliseerd’ volk, heeft ook niet bepaald bijgedragen aan vreedzame relaties tussen beide landen (tijdens het Britse bestuur over Eritrea werkte veel Tigrayans uit noord-Ethriopie over de grens, waar ze slecht betaald werden en een lage status hadden). De introductie van een eigen munteenheid door Eritrea verhoogde druk op de economie en de binnenlandse druk op de politici, wat leidde tot een escalatie van het conflict naar oorlog. Zoals vaak het geval was oorlog met de nationale vijand voor beide landen een nuttige bliksemafleider voor de werkelijke economische en politieke crises.

Conflict over de beslissing van de grenscommissie
Het conflict dat vandaag de dag nog voortduurt, gaat formeel over de beslissing van de grenscommissie, waarmee Ethiopië geen vrede kon hebben. Het oorspronkelijke conflict ging voor Ethiopië om meer dan alleen de territoriale grens, namelijk economische factoren zoals de toegang tot de havens. Voor Eritrea speelt de grens wel een belangrijke rol, omdat haar identiteit deels bepaald wordt door de oorspronkelijke koloniale grenzen.

Inmiddels gaat het conflict over prestige, soevereiniteit, en nationale identiteit. Voor Ethiopië stond het verlies van Badme na de beslissing van het EEBC in 2002 symbolisch voor het verlies van Eritrea in 1991. Het conflict is onderdeel geworden van de perceptie van de nationale identiteit en de expressie van nationalisme . Deze vorm van nationalisme waarin buitenlandse agressie de overheid, oppositie en bevolking samendrijft, staat in de weg van het vinden van een vreedzame oplossing van het conflict. In deze visie is het verlies van land niet langer het verlies van land, maar het verlies van hetgeen de groepsidentiteit maakt.

In Eritrea worstelt de overheid met de eigen elite en gebruikt president Isaias het verzet tegen Ethiopië als middel om zijn eigen populariteit te verhogen . Tegelijkertijd gebruikt Isaias het conflict als voorwendsel voor de totalitaire controle van het land . In Ethiopië bestaat de vrees dat de implementatie van de Algiers-overeenkomst het einde zal betekenen voor de regering. Nationalistische elementen schrijven het falen van Ethiopië in het conflict toe aan de regering.

Naast bovenstaande oorzaken van het conflict speelt de aard van het “diplomatieke” spel tussen Issaias en Premier Meles van Ethiopië ook een rol. Het conflict tussen beide landen wordt door sommige analisten ook wel een privé-dispuut tussen beide genoemd. De slechte werkrelatie, gecombineerd met een politieke cultuur waarin compromissen gezien worden als capitulatie, leiden tot weinig stimulans om het conflict definitief op te lossen (mede omdat beide landen de perceptie hebben dat de ander het niet langer kan volhouden).

De toekomst
De toekomst ziet er vooralsnog weinig rooskleurig uit. De Afrikaanse Unie heeft zich nog niet gebogen over de grensvraag en de grens blijft voorlopig dicht. Geen van de beide kemphanen hebben de directe behoefte om de patstelling te doorbreken; hoewel Eritrea het internationale recht aan haar zijde kent, is het Ethiopië dat in feite de controle over Badme voert. Ook lijkt laatstgenoemde internationaal meer krediet te hebben, mede omdat Eritrea de vredesmacht naar huis heeft gestuurd. De internationale gemeenschap heeft weinig aandacht voor de implementatie van de Algiers-overeenkomst en zet Ethiopië nauwelijks onder druk om de grens te accepteren. Men lijkt de status quo te accepteren.

De impasse in de Algiers-implementatie is wel een ernstige verstoring van het Amerikaanse antiterreur beleid in de regio. In de strijd tegen het terrorisme verstrekt de VS inlichtingen aan Ethiopië over de verscheidene islamitische radicale groepen in de regio. Deze hechte relatie bemoeilijkt de relatie met overige buurlanden en vermindert de mogelijkheden om kritiek te uiten op de mensenrechtenschendingen in Ethiopië. Ook stelt de hoge prioriteit van de ‘War on Terror’ regimes in de regio in staat om politieke tegenstanders als terroristen af te schilderen.

Het is de vraag of er mogelijk weer oorlog kan uitbreken. Ethiopië heeft de beschikking over meer wapens, geld en mankracht, terwijl Eritrea in een gevecht hooguit posities kan behouden. Ethiopië heeft eerder gewaarschuwd dat het bereid is in een nieuwe oorlog tot het einde door te gaan. Het advies van de International Crisis Group in 2008 was om de bufferzone opnieuw in te stellen en de grens wederom fysiek af te bakenen. Beide landen zijn gebaat bij een normalisering van de relaties en het herstel van de wederzijdse economische afhankelijke relatie, bijvoorbeeld door een heropening van de toegang tot de havens en grensoverschrijdende ontwikkelingspakketten. Een dergelijk plan heeft echter wel steun van de internationale gemeenschap nodig, en met name de VS. Hopelijk zal deze afname van de vijandigheden en de stabilisering van de economische betrekkingen uiteindelijk ook leiden tot de in het westen gewenste politieke hervormingen in beide landen.

Bronnen:

• Aalen, L. & K. Tronvoll (2009). “The End of Democracy? Curtailing Political and Civil Rights in Ethiopia”. In: Review of African Political Economy, 36:120,193 - 207
• Bariagaber, A. (2006). Conflict and the refugee experience : flight, exile, and repatriation in the Horn of Africa. Aldershot: Ashgate.
• Cliffe, L. (2008). “Eritrea 2008: The Unfinished Business of Liberation”, Review of African Political Economy,35: 116, 323-330
• Gebrewold, Belachew (2009). “Ethiopian Nationalism: an Ideology to Transcend All Odds”. Africa Spectrum, vol. 1, 79-97
• Gedamu, Kalewongel (2008). Ethiopia and Eritrea: The quest for peace and normalizations. Universiteit van Tromsø, Noorwergen, Centre for Peace Studies.
• Healy, S. (2008). “Lost Opportunities in the Horn of Africa. How Conflicts Connect and Peace Agreements Unravel”. Londen: Catham House, Royal Institute of International Affairs.
• ICG (2008). Beyond the Fragile Peace between Ethiopia and Eritrea: Averting New War. Africa Report N°141 . 17 June 2008 http://www.crisisgroup.org/home/index.cfm?id=5490&l=1
• ICG (2009). Reports by region. Ethiopia-Eritrea. (website bezocht op: 20 augustus 2009) http://www.crisisgroup.org/home/index.cfm?id=1229&l=1
• IISS (2008). “Conflict in Somalia”. Strategic Comments, 14:4, 1-2. The International Institute for Strategic Studies.
• Lyons, T. (2006). Avoiding Conflict in the Horn of Africa: U.S. Policy Toward Ethiopia and Eritrea. Center for preventive action, no. 21, december. New York: Council on Foreign Relations.
• Lyons, Terrence (2009). 'The Ethiopia-Eritrea Conflict and the Search for Peace in the Horn of Africa', Review of African Political Economy, 36: 120, 167 – 180
• Martell, Peter (2008). 'A View from Eritrea: Any Chance of Change Without War?', Review of African Political Economy, 35: 116, 331 - 335
• Zegeye, A. and M. Tegegn (2008). “The Post-war Border Dispute between Ethiopia and Eritrea. On the Brink of Another War?”. In: Journal of Developing Societies, Vol. 24, No. 2, 245-272