student institute of peace- and security issues
student institute of peace- and security issues
Door Leon Wecke - Willem van Oranje had God nog als een betrouwbaar schild, althans volgens Marnix van St. Aldegonde. Zodra het schild echter geen goddelijke garantie is, ligt de zaak wel anders. Men kan dat met name bij de Polen navragen, die ervan uitgingen dat de tien Amerikaanse onderscheppingsraketten niet alleen aanstormende raketten van verre schurkenstaten zouden tegenhouden, maar dat zij ook de belichaming zouden zijn van een Amerikaanse veiligheidsgarantie op Poolse bodem. Het beeld van de agressieve Russische beer is in Polen nog steeds zeer gedragsrelevant.
Het Pools-Tsjechisch rakettenschild gaat niet door. De president van de VS heeft het project als te ongeloofwaardig, te duur en vooral ook te zeer gericht op een nog lang niet actueel gevaar naar de schroothoop verwezen. Natuurlijk ging het hem vooral om verbeterde betrekkingen met Rusland, dat van dat relict uit de Star Wars droom van Reagan een halszaak had gemaakt. Een schild is, zullen de Russen geredeneerd hebben, immers niet alleen een defensief instrument, maar ook een voorwaarde om van achter het schild ongehinderd eigen pijlen te kunnen afschieten. Nu behoefden de Russen niet al te bang te zijn, want ook zij wisten evenzeer als de Amerikanen dat dit nog steeds ongeteste schild wellicht niet zou werken en in het onwaarschijnlijke geval dat het wel een beetje zo functioneren, gemakkelijk met een hoeveelheid nepraketten om de tuin te leiden zou zijn. Het onuitgesproken en zelfs met kracht ontkende doel van Obama is natuurlijk hulp van Rusland bij het intomen van Iranese nucleaire ambities. Het verder versterken van de hulp die Rusland al geeft in de vorm van vervoer van wapens en goederen over en boven haar grondgebied naar de Amerikaanse strijdkrachten in Afghanistan is een andere doelstelling. En het gaat vooral ook om Russische medewerking bij het tot stand brengen van een succesvolle opvolger van het Startverdrag, het Amerikaans-Russische verdrag inzake reductie van langeafstandswapens. Met nog veel lagere plafonds voor die wapens zou Obama zijn vredesgezindheid en wapenbeheersingsdrift ook feitelijk kunnen aantonen. Van belang in een tijd van economische crisis is uiteraard ook het beëindigen van een geldverslindend, ongeloofwaardig project. De prijs daarvoor is niet al te hoog: verdriet bij de Tsjechische en vooral Poolse regering, boze leden van de oppositie thuis, maar overigens ook hulde voor hem bij de meerderheid van het Tsjechische volk en bij vele Polen. Instemming uiteraard ook van de eigen partij, van de NAVO en bijna alle Westerse regeringen.
De verdediging van Obama is zeker geloofwaardig. De Iranese langeafstandswapens met een nucleaire kop zijn volgens eigen onderzoek nog verre Iranese toekomstmuziek. Maar de korte- en middellangeafstandsraketten zijn dat niet. Gelukkig bleek daarvoor een technisch hoogwaardig, goed getest antwoord voorradig; de SM3 raketten op schepen en, in een paar jaar, ook op land. Schepen zouden bijvoorbeeld in de Middellandse Zee, de Zwarte Zee, en de Botnische Golf gestationeerd kunnen worden. En in de nabije toekomst ook op land, bijvoorbeeld op de Balkan, in Turkije, Israël (waar al Amerikaanse rakettenafweer aanwezig is) en mogelijk ook in Polen en Tsjechië, die daarmee alsnog aan een fysiek aanwezige Amerikaanse veiligheidsgarantie kunnen komen. El-Baradei, de bijna scheidende directeur van het Weens Atoomagentschap, IAEA, heeft onlangs laten weten dat die Iranese langeafstandsraket met kernkop als een hype gezien kan worden, als een uitvergroting door regeringen en media van een dreigingsbeeld, dat kennelijk onvolledig en vertekend is, alsmede van enige fantasie-elementen voorzien. Niet ongebruikelijk was dat er berichten zouden verschijnen over rapporten, ook van de Weense VN-waakhond zelve, waarin wel degelijk het gevaar van Iranese kernwapenproductie onderstreept werd. Een geheime bijlage bij IAEA-rapporten zou gewagen van het feit dat ‘men kan denken dat Iran over voldoende informatie beschikt om een kernbom (…) te ontwerpen en te maken’. Maar ook als dat waar is, is het nog een hele hijs om tot werkelijke productie over te gaan en al helemaal om de kernbom zodanig te miniaturiseren dat het ding op een granaat of raket geschroefd kan worden. Dat Iran, ondanks de deels geruststellende woorden van Ahmadinejad ‘dat atoomwapens uit de tijd zijn , maar dat hij bezit van atoom wapens voor Iran in de toekomst toch ook niet uitsluit’, wel aan een atoomboom werkt, is meer dan waarschijnlijk. Iran, partij in het Non-proliferatieverdrag, ziet dichtbij of op enige afstand, niet-ondertekenaars van het NPV, die wèl over atoomwapens beschikken en daar nog steeds aan sleutelen. Israël heeft er zo’n tweehonderd in de kelder liggen en ook Pakistan en India hebben hun bescheiden collectie. Niet ten onrechte meent Teheran dat met name de Westerse wereld met twee of drie maten meet, als het gaat om het tegengaan van nucleaire proliferatie. De vraag is wel of Iran, als opkomende regionale grootmacht, zich bedreigd wetend door Israël en als gevaar door de gehele Westerse wereld gezien, niet aan haar huidige en in de toekomst gewenste status verplicht is ook aan het bezit van atoomwapens te ruiken. Dat ze met zo’n wapen, stel dat ze er een of twee weten te produceren, ook daadwerkelijk oorlog willen voeren lijkt uitgesloten. Zelfs de meest godsdienstwaanzinnige onverantwoorde dictator kan weten dat daarna een honderdvoudige vergelding volgt, waarna Iran niet voor enige jaren, maar voor alle eeuwigheid van de kaart geveegd zal zijn.
Het feit dat Obama het wellicht nooit levensvatbare schild gaat vervangen door een effectiever schild, gericht op een meer geloofwaardige bedreiging, dient als positief ervaren te worden. Niet dat Iran met korte- en of middellangeafstandsraketten voorzien van een nog lang niet vervaardigde kernkop daadwerkelijk op het oorlogspad zal gaan. Kernwapens zijn geen vechtwapens maar politieke wapens en dat weet Iran ook wel. Iran weet ook dat haar isolement alleen maar nadelig is en dat het land met 70 miljoen inwoners, waarvan 60% onder de leeftijd van dertig jaar gebaat is met opheffen van sancties. De inflatie van 25% , een werkloosheid van meer dan 12%, dalende olieprijzen en achterstand in technische kennis, alsmede een steeds krachtiger oppositie tegen het huidig bewind, vormen een steeds nijpender probleem. De oplossing van die nationale problematiek is niet gebaat met een atoomwapen, maar wel met normalisering van betrekkingen. Een atoomwapen kan de nationale saamhorigheid en trots misschien ten goede komen, maar een politieke en economische verlies- en winstrekening zal zeer in het nadeel van het nucleaire wapen uitvallen. Een vraag is nog wel of Iran onverdeeld blij moet zijn met het afschaffen van het raketschild in Oost-Europa. Enerzijds zou Teheran blij moeten zijn nu het kennelijk niet meer als direct gevaar voor de Verenigde Staten gezien wordt. Maar dat schild leidde wel tot onmogelijke relaties en ruzie tussen de VS en Rusland. Nu die ruzie verdwijnt en voor goede verstandhouding plaats maakt, zou Rusland, ondanks zijn mededeling van het tegendeel, wel eens zaken kunnen doen met de VS die niet altijd in het voordeel van Iran zullen uitpakken. Het schild kon weliswaar een Iranese dreiging geenszins ongedaan maken, maar het was wel een garantie voor een Russische, houding die zeer effectieve sancties in de Veiligheidsraad van de VN onmogelijk maakte. Alhoewel, mochten de Russen toch niet doen wat ze zeggen te zullen doen – een diplomatiek gebruik dat niet alleen Rusland geldt – dan is daar altijd nog China. Een van de niet bedoelde effecten van de huidige sancties is immers het feit dat Iran haar blik al meer naar het Oosten is gaan richten dan het Westen lief is. De vraag is of het schildbewust handelen van de Amerikaanse president deze ontwikkeling kan terugbuigen. Dat laatste is geenszins zeker. Obama blijft immers in Iran niet in mindere maar kennelijk in meerdere mate een groot gevaar zien. En als dat niet terecht zou zijn is voor de VS, het machtigste land ter wereld met het modernste leger en een groot militair industrieel complex een als zodanig ervaren echte vijand altijd als legitimatie van veel handel en wandel altijd meegenomen.