student institute of peace- and security issues                       

Nederland staat in Darfur met lege handen

darfur_10.jpg

Door Dick Leurdijk - Onlangs werd bekend dat de levering van een veldhospitaal voor de missie in Darfur – gelegen in het westen van Soedan – niet doorgaat. De twee Nederlandse militairen die daar al naar toe waren gestuurd, zouden nog wel even blijven. Het bericht vormde het sluitstuk van een politiek debat in ons land dat in de zomer van 2004 begon. Het lokte, voor zover ik heb kunnen nagaan, verder geen enkele reactie uit. Het bleef oorverdovend stil in politiek Den Haag en journalistiek Nederland.

2004. ‘Kamer wil militair ingrijpen in Soedan’ kopten de dagbladen op 2 augustus 2004, om eraan toe te voegen: ‘De Tweede Kamer wil dat het Nederlandse kabinet zich in de Europese Unie en de Verenigde Naties sterk maakt voor snel militair ingrijpen in de Soedanese regio Darfur. Alleen het zenden van een internationale vredesmacht kan het geweld in het gebied stoppen, denken PvdA, VVD en D66.’ Het was de Kamerleden ontgaan dat amper 24 uur eerder de Veiligheidsraad een resolutie had aanvaard waarin steun werd uitgesproken voor de ontplooiing van een missie van de Afrikaanse Unie. Het betrof hier een waarnemersmissie, bedoeld om toe te zien op de naleving van een eerder overeengekomen staakt-het-vuren, op basis van een klassiek peace-keeping mandaat – het andere uiterste derhalve van waar de Kamerleden op hadden aangedrongen: het sturen van een vredesmacht om het geweld te stoppen. De oproep van de Kamerleden was volstrekt misplaatst, omdat er op dat moment geen enkel uitzicht was op het sturen van een troepenmacht met de bevoegdheid om geweld te gebruiken. In het Radio 1 Journaal zei ik toen dat hier bijna sprake was van misleiding. ‘Militair ingrijpen’ was op dat moment helemaal niet aan de orde bij de beraadslagingen op het niveau van de VN-Veiligheidsraad.

2006. ‘Iedere dag weer schrik ik van het geweld in Darfur. Het gaat maar door. De Verenigde Naties moeten nu eindelijk eens hun tanden laten zien.’ Met deze tekst riep Femke Halsema, fractievoorzitter GroenLinks in de Tweede Kamer, ons in het voorjaar van 2006 in een wekenlange advertentiecampagne in de Nederlandse dagbladen op een bijdrage te storten op giro 999 van Stichting Vluchteling voor de slachtoffers van het geweld in Darfur. André Rouvoet, toenmalig voorzitter van de Tweede Kamerfractie van de ChristenUnie, zei in zijn bijdrage: ‘Meer dan 200.000 doden zijn er al gevallen in Darfur. Dit moet echt stoppen. Het is de hoogste tijd dat de internationale gemeenschap haar verantwoordelijkheid neemt.’ De boodschap, althans de suggestie van een boodschap, was duidelijk: er moet militair worden opgetreden om een eind te maken aan het moorden in Darfur. De toonzetting van de campagne en de argumentatie van de Kamerleden weken in niets af van de oproepen tot militair ingrijpen in de zomer van 2004.

2007. Toen de Veiligheidsraad in augustus 2007 eindelijk besloot om een hybride troepenmacht van de VN en de Afrikaanse Unie (UNAMID) te sturen naar Darfur, met de bevoegdheid om geweld te gebruiken krachtens een ‘robuust peace-keeping’ mandaat, begonnen de politieke partijen met de eerste terugtrekkende bewegingen. CDA-lid Raymond Knips riep ‘We moeten geen Srebrenica II hebben’, Joel Voordewind van de ChristenUnie merkte op ‘Dat hebben we eerder meegemaakt in Rwanda, dat wordt toekijken als het fout gaat’ en Angelien Ensink van de PvdA kon zich voorstellen dat Nederland zou inzetten op het geven van trainingen voor Soedanese agenten. Het nieuwe kabinet-Balkende liet bij monde van minister Koenders weten te overwegen een militair veldhospitaal te leveren aan de beoogde troepenmacht van de VN en de AU.

2009. Begin april bereikte ons het bericht dat de levering van een veldhospitaal voor de missie in Darfur niet doorgaat. Naar schatting van de VN zijn er inmiddels 300.000 doden gevallen bij het geweld in Darfur en zijn er 3 miljoen ontheemden. Het is een hele opluchting dat de twee Nederlandse militairen die daar al naar toe waren gestuurd nog wel even blijven.

Dick Leurdijk is als politiek commentator, onderzoeker en docent verbonden aan het Instituut Clingendael in Den Haag. Het trad op als adviseur van de commissies-Bakker uit deTweede Kamer over de besluitvorming rond de uitzending van Nederlandse militairen naar internationale vredesmissies. Ook heeft hij jarenlang colleges gegeven aan Nederlandse officieren aan de vooravond van hun uitzending.