student institute of peace- and security issues
student institute of peace- and security issues
Door Leon Wecke - De Tamil Tijgers zijn vernietigd. In drie jaar tijd was de klus geklaard. Aan een dertigjarige burgeroorlog is met de inzet van doeltreffende militaire middelen een eind gemaakt. Het bewijs lijkt geleverd: met militaire middelen kan aan een guerrillaoorlog, op relatief kort termijn, wel degelijk een succesvol einde gemaakt worden. De surge in Irak had in dezen al voorspellende waarde. Het beeld van de optimale militaire overwinning als primaire bouwsteen voor duurzame vrede gaat de wereld over. Waarom nog soft gehannes met de drie D’s van Diplomacy, Defence en Development? Eerst en voor alles een militaire overwinning, een vernietigen van de vijand en daarna is het aan de overwinnaar om te bepalen wat er te gebeuren staat.
Hoe kon het met die zo sterke, goed georganiseerde Tamil Tijgers zover komen? De Tamil Tijgers hadden alle reden om vertrouwen in de toekomst te hebben. Ze hadden hun macht uitgebreid tot bijna een derde van het Sri Lankaanse grondgebied, ze waren goed georganiseerd, hadden voldoende voorraden en zware wapens, een begin van een vloot en van een luchtmacht. Er was veel steun van buiten en commerciële activiteiten zorgden tevens deels voor financiële dekking.
Maar ook hadden zij sinds 2004 een scheuring in hun gelederen, toen kolonel Carona zich afscheidde, en verslechterde hun beeld in de wereld als gevolg van het ‘afwijzen van vredesbesprekingen’. De Sri Lankaanse krijgsmacht was in een paar jaar verdubbeld in mankracht van 80.000 tot 160.000 man. De regering was vastbesloten een eind te maken aan de oorlog en mandateerde de krijgsmacht om zulks te verwezenlijken. Moderne vliegtuigen, kanonnen en raketten kwamen ter beschikking. Bij dat alles bleek dat de Tijgers niet of onvoldoende kennis hadden van de plannen, strategie en tactiek van hun tegenstander. Hun kleine vloot werd praktisch vernietigd en mogendheden als India en de VS stonden positief ten aanzien van de harde aanpak, toen hen duidelijk was geworden dat de Tijgers ‘niets’ van vredesbesprekingen wilden weten. Geen effectieve politieke en of militaire steun van buiten, een gebied dat zijn begrenzing heeft en waarin niet naar believen kan worden teruggetrokken, en een in veel opzichten overmachtige vijand werd de Tijgers fataal. De vraag is uiteraard wel of het zwijgen van de wapens ook vrede inhoudt als onder vrede meer verstaan wordt dan de afwezigheid van oorlog, maar een gelijkberechtiging van de Tamils in woord en daad.
Beelden van de werkelijkheid zijn vaak belangrijker dan de werkelijkheid, de feitelijkheid of de waarheid zelve. Beelden van de werkelijkheid zijn immers gedragsrelevant. En het is daarom te hopen dat het beeld van het effectieve militaire middel als het gaat om het oplossen van conflicten met de nodige relativeringen omgeven blijft. De vraag is of dat ook in werkelijkheid zo is of zal blijven. President Obama lijkt daar wel van doordrongen.
Alhoewel, hij is doende zijn voornemen te realiseren met betrekking tot een substantiële vermeerdering van Amerikaanse troepen in Afghanistan. Het lijkt er op dat hij deels de drie D’s-benadering in acht zal nemen. Maar toch is het de vraag hoe diplomatiek en hoe bekwaam in ontwikkelingswerk de gemiddelde Amerikaanse soldaat zal zijn. Natuurlijk zullen grote aantallen ‘contractors’ van diverse aard aan de grootschalige actie meedoen. Maar enige argwaan is wel op zijn plaats.
Afghanistan is geen Sri lanka en de Taliban en resten van al Qaida zijn niet identiek met de Tamil tijgers. Een probleem is ook ‘AFPAK’, de relatie Afghanistan-Pakistan en omgekeerd waar het de steun aan de Taliban en andere strijders betreft. Het probleem Afghanistan kan niet los gezien worden van het andere – wellicht grotere- probleem Pakistan. Maar Pakistan, zal in geografische zin, blijven liggen waar het nu ligt. En er is geen aardbeving te bedenken op grond waarvan in de toekomst Pakistan niet meer aan Afghanistan zal grenzen. Waarschijnlijk is dat hard militair optreden juist tot meer tegenstand leidt en dat het, meer dan nu al het geval is, een deel van het op te lossen probleem zal uitmaken. Overigens, conflictprocessen zijn uniek. De oorzaken ervan zijn verschillend naar aard en intensiteit en ook de wegen naar een regeling en uiteindelijke oplossing zijn niet identiek. Hetgeen niet wegneemt dat in veel gevallen de grondoorzaken van economische en/of politieke aard zijn. Dat wil zeggen dat het veelal gaat om uitbuiting en achterstelling, welke via collectieve frustraties naar geweld leiden dat vaak langs de breuklijnen van etniciteit, religie, gemeenschappelijke taal of geschiedenis gestalte krijgt. Een overgewaardeerde D van Defensie zal niet – tenzij de vijand letterlijk vernietigd is – tot een oplossing van een conflict leiden en zelfs niet tot een op vrede gerichte regeling. Daarvoor zijn inderdaad de twee andere D’s van het eerder genoemde drietal nodig.
Het verloop van de conflictprocessen in de wereld geven stof tot bezinning en lering. Of we uit de militaire overwinning van de Sri lankaanse regering de les moeten trekken dat in gevallen van guerrillaoorlog met militaire overmacht een oplossing bereikbaar is, lijkt mij onterecht. Slechts in zeer bepaalde gevallen kan een militaire actie tot het zwijgen van de wapens leiden, maar dan is het de vraag of daarna de maatschappelijke en politieke voorwaarden geschapen kunnen worden, waardoor de grondoorzaken van de strijd daadwerkelijk geëlimineerd worden. Bij een Alleingang van de defensie-D, staat de D vrijwel zeker voor een uiteindelijke ‘Defeat’.