student institute of peace- and security issues
student institute of peace- and security issues
Door Johannes Visser - Op vrijdag 2 oktober heeft een delegatie van Stichting JASON een bezoek gebracht aan de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie en de Raad van de Europese Unie. Bij beide organisaties hebben de studenten een briefing bijgewoond over het militaire reilen en zeilen binnen de Euro-Atlantische gemeenschap. De interesse van de groep lag voornamelijk bij de vraag wat de relatie is tussen de NAVO en het Gemeenschappelijk buitenlands – en veiligheidsbeleid (GBVB) van de EU; in hoeverre deze complementair zijn, dan wel niet concurreren met elkaar; en welke effecten ze genereren.
Klik hier voor een fotoverslag.
Hoewel de deelnemers enig retorisch vuurwerk tussen de vertegenwoordiging van beide organisaties hadden verwacht (gehoopt), bleef dit uit. Wel werd de groep al snel duidelijk gemaakt dat een aanzienlijk aantal institutionele, politieke en culturele obstakels in de weg staan van de gewenste samenwerking. De NAVO en EU zouden elkaar optimaal moeten aanvullen, maar er is wel degelijk sprake van een duplicatie van missies, onderlinge concurrentie om (specialistische) middelen en mankracht, en verwarring over deze roulerende capaciteiten (double hatting).
Allereerst arriveerden de studenten bij de NAVO, gehuisvest in het politieke hoofdkwartier (HQ) dat nog altijd de uitstraling heeft van het tijdperk waarin het in gebruik werd genomen. De eerste presentatie werd verzorgd door persvoorlichter van de NAVO, Eric Povel, die direct het antwoord gaf op de vragen waar JASON naar zocht. NAVO is als militair verbond een intergouvernementele organisatie pur sang, waarin het legerloze IJsland formeel evenveel stemrecht heeft als de grootste militaire macht van de wereld, de Verenigde Staten. Dat er te allen tijde naar besluitvorming moet worden gezocht waarin werkelijk ieder lid zich kan vinden ligt voor de hand en brengt natuurlijk de nodige complicaties met zich mee (in het bijzonder bij de bekende twistpunten, waar de oudere lidstaten beslissingen blokkeren terwijl nieuwere leden liever effectieve besluiten nastreven). Toch bestaat er onder de leden wel degelijk ‘consensus over consensus’ en zal het stemmensysteem voorlopig intact blijven.
In tegenstelling tot de NAVO geldt binnen de EU wel dat de grotere staten meer te vertellen hebben: besluiten van het GBVB (voornamelijk op de lange termijn gericht) worden met een eenvoudige meerderheid van stemmen aangenomen. Dit heeft wellicht ook te maken met het volgende verschil tussen de NAVO en EU: eerstgenoemde is met zijn militaire focus een ‘one trick pony’, terwijl de EU veel meer doet dan dat. Als enige intergouvernementele militaire organisatie in de wereld heeft de NAVO een volledig geïntegreerde commandostructuur, welke in staat is onafhankelijk te trainen, missies te plannen en uit te voeren. De EU heeft een enigszins gelijksoortige Militaire Staf, al zijn de lidstaten er fel tegen gekant het een HQ te noemen. Voor militaire missies kan de EU, in de vorm van EU Battlegroups, aanspraak maken op middelen en manschappen van de NAVO (Berlijn plus akkoorden), wat de EU militair gezien een vrij beperkte reikwijdte geeft.
De overig besproken thema’s in het NAVO hoofdkwartier waren de hoop op een toekomstige verbetering in de relatie met de Russen, die ondanks de vele meningsverschillen (raketschild, uitbreiding van de NAVO naar het Oosten, de oorlog in Georgië in 2008) ook veel overeenkomstige belangen met de organisatie hebben (een stabiel Afghanistan, het tegengaan van de verspreiding van massavernietigingswapens, piraterijbestrijding); alsook de update en/of vervanging van het strategisch concept uit 1999 over de rol en taken van NAVO (oproep aan voorzitter Madeleine Albright: graag afronden voor aanvang van het Lissabon Verdrag).
Uiteraard kwam ook de missie in Afghanistan ter sprake, waar de NAVO weinig meer kan bieden dan haar militaire diensten. Dat het voor de NAVO in Afghanistan erop of eronder is, behoeft geen verdere uitleg voor de burger die ook maar enigszins het nieuws bijhoudt. De veiligheidssituatie verslechtert nog steeds en er blijft een behoefte aan meer manschappen, niet alleen voor de veiligheid op de korte termijn, maar ook om Afghaanse veiligheidstroepen op te leiden. Echter zijn op de lange termijn voornamelijk civiele experts nodig voor (enige vorm van) wederopbouw van het land. Washington is bezig met een hernieuwde strategie, maar vooralsnog is de officiële lijn van de NAVO dat de huidige strategie volstaat, en dat deze hoogstens beter uitgevoerd moet worden. De militaire organisatie ziet in dat het onderdeel governance cruciaal is voor een stabiel Afghanistan. De mistige gang van zaken rondom de recent gehouden verkiezingen voorspellen weinig goeds voor een geloofwaardige en betrouwbare Afghaanse partner.
De presentaties op het NAVO HQ werden afgesloten door de Nederlandse politieke vertegenwoordiging (namens Defensie en Buitenlandse Zaken) bij de NAVO en de Nederlandse Permanente Militaire Vertegenwoordiger (namens de Nederlandse Commandant der Strijdkrachten) voor de NAVO en de EU. De Nederlandse positie is dat de NAVO en EU complementair aan elkaar moeten zijn; dat beide organisaties zich zoveel mogelijk moeten richten op- en specialiseren in eigen (militaire en soft power) niches; en dat er zoveel mogelijk concurrentie en overlap van taken en missies moet worden voorkomen. Desondanks bestaat er helaas wel een dure duplicatie van taken in de antipiraterij missie (ATALANTA). Een mogelijke oplossing zou kunnen zijn dat de NAVO zich hier exclusief op richt, terwijl de EU een missie op het vasteland van Somalië aangaat. De recent aangetreden Secretaris-generaal Rasmussen heeft als ambitie opgegeven een betere samenwerking met de EU na te willen streven. Echter kunnen beide organisaties vooralsnog alleen nog maar praten over de Berlijn plus akkoorden als gevolg van de Turkse blokkade in de Cyprus impasse.
Na een door de NAVO aangeboden lunch vervolgde het gezelschap de tocht naar het imposante Justus Lipsius gebouw van de Europese Raad, waar de presentaties werden verzorgd door luitenant-kolonel Tim Cook, als Brits marineofficier verbonden aan het operatie directoraat van de raad van EU en kolonel Marco Hekkens, vanaf 2010 plaatsvervangend commandant bij de Brits-Nederlandse Battlegroup. Eerstgenoemde herhaalde nog maar eens dat het GBVB zoveel meer inhoudt dan militair optreden, en hij benadrukte de waarachtigheid van de vaak gehoorde uitdrukking: “The US fights, the UN feeds and the EU funds”.Uniek aan het planningsproces van het GBVB is dat er op ieder niveau politieke ratificatie vereist is. Hoewel dit het besluitvormingsproces behoorlijk kan vertragen, of zelfs verhinderen, is het voordeel dat de uitvoering een hoge mate van legitimiteit kent. Een groot obstakel voor de EUBG is dat deze in de praktijk reactief in plaats van preventief ingrijpt, veelal in een laat stadium optreedt wanneer het ergste leed al geleden is. Een ander probleem is dat de EU weinig waar voor haar geld krijgt (bijvoorbeeld in vergelijking met de VS), omdat de lidstaten veelal op individuele basis investeren in soms obsolete wapens en systemen. Deze impuls is met name terug te vinden bij sommige Oost-Europese regeringen, omdat de oppositie en publieke opinie gerustgesteld moet worden met imposante militaire speeltjes tijdens de Nationale Parade. De integratie van nationaal gespecialiseerde eenheden binnen het GBVB zou het meest gebaat zijn bij een gecoördineerd militair aankoopbeleid, maar zolang het volledig vertrouwen en goede militaire interoperabiliteit nog niet daar is, zal ook de politieke wilskracht ontbreken.
Een belangrijk thema van de presentatie betrof de huidige inspanningen van de EU om de scheepvaart voor de kust van Somalië (de Golf van Aden) te beschermen tegen piraten. Piraterij is hierbij niet zozeer de oorzaak van de problemen, maar een symptoom. De werkelijke oorzaak ligt bij Somalië, de staat waar het centrale gezag volledig is ingestort, het territoir in drie delen is opgedeeld, en waar lokale krijgsheren vrijwel onafgebroken oorlog voeren tegen elkaar en de bevolking. Een ieder die bekend is met Black Hawk Down zal begrijpen waarom men huiverig is voor een militaire missie in het gebied. Toch zal het westen de terugkeer van de islamitische rechtbanken, die toch enige rust en orde konden garanderen en de piraterij konden indammen, om de bekende redenen niet toejuichen.
Binnen de missie verloopt de samenwerking van de EU met de betrokken partners, waaronder de NAVO, wel voorspoedig. Echter, gezien de politieke en institutionele obstakels die er al bestaan om de EU en NAVO geïntegreerd te laten optreden, is de samenwerking met andere mogendheden (waarvan sommigen het niet zo nauw nemen met de mensenrechten), politiek gezien al helemaal een ‘no go’. Desondanks bestaat er op tactisch en operationeel gebied een uitstekende verstandhouding en coöperatie met deze landen. De communicatie voert hierbij langs zowel de gebruikelijke militaire (Mercury) systemen, maar wringt zich ook langs allerlei informele kanalen, bijvoorbeeld met behulp van cryptische boodschappen via private websites. Verder heeft de EU een overdrachtsovereenkomst met Kenia gesloten om te voorkomen dat gevangengenomen eendagspiraten via detentie- en asielprocedures een staatsburgerschap in Europa weten te bemachtigen.
De afsluiting van de dag werd verzorgd door kolonel Hekkens over de gezamenlijke Battlegroup tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk (UK/NL EUBG 2010/1) voor de eerste helft van 2010. Hekkens is betrokken bij deze EUBG rotatie enerzijds als de Deputy Force Commander, anderzijds is hij de Senior National Representative, de ogen en oren van de Commandant der Strijdkrachten. Als de Nederlandse vertegenwoordiger bij deze UK/NL EUBG adviseert hij, gevraagd of ongevraagd, zijn Britse collega (de Force Commander) over de Nederlandse (rand)voorwaarden voor inzet van de Nederlandse eenheden binnen deze Battlegroup. Hierbij moet hij voortdurend de balans opzoeken tussen militaire wenselijkheid en de opgelegde politieke kaders. Een interessant voorbeeld is de rode kaart die hij kan trekken indien hij zich onvoldoende gehoord voelt. Gelet op de reeds jarenlange en hechte samenwerkingsrelatie tussen de Britse en Nederlandse mariniers zal er weinig redenen zijn om deze kaart daadwerkelijk te hanteren.
Ten slotte merkt de kolonel op dat "defensie ook meebetaalt aan de economische crisis". Ondanks deze uitdagingen is hij sterk van mening dat de EUBGs niet gebruikt dienen te worden om lopende missies te versterken. Conclusie: het is meer dan ooit van belang dat de militaire samenwerking in Europa politiek beter op elkaar moet worden afgestemd ten einde een beter uitgeruste, kosteneffectieve en robuuste en snel inzetbare veiligheidsmacht te realiseren.