student institute of peace- and security issues
student institute of peace- and security issues
Door: Paul Geerts
Wat is de kracht van Duitsland als het gaat om zijn buitenlands en veiligheidsbeleid? Deze vraag stond centraal op de door JASON georganiseerde werkconferentie Duitsland: ‘Weltmacht’ of ‘Ohnmacht’?. Drie deskundigen gaven tijdens de bijeenkomst hun mening over drie belangrijke aspecten van Duitslands internationale beleid.
Tijdens de JASON werkconferentie, die ditmaal plaats had op de Universiteit van Amsterdam, gingen de drie deskundigen in op de belangrijkste drie apecten in het buitenlands en veiligheidsbeleid van Duitsland: de Atlantische betrekkingen, het Europese buitenlands en veiligheidsbeleid en de invloed van Duitsland in het internationale speelveld.
Achter de discussietafel namen achtereenvolgens plaats: Jeroen Bult, historicus en publicist, Hans Terlouw, promovendus aan het Graduiertenkolleg van het Duitsland Instituut Amsterdam (DIA) en Amit Das Gupta, fachlektor aan het Graduiertenkolleg (DIA). Onder leiding van Leonard Ornstein, politiek redacteur bij Netwerk, debatteerden zij met elkaar en met het publiek over de inhoud en de toekomst van het buitenlands en veiligheidsbeleid van één van Europa’s meest prominente lidstaten.
De betrekkingen tussen George W. Bush en Gerhard Schröder waren al in de aanloop naar de bondskanseliersverkiezingen in oktober 2002 nogal bekoeld. Schröder gaf in deze periode reeds aan tegen een aanval op Irak te zijn. De vraag of dergelijke perioden van afnemende vriendschappelijke betrekkingen vaker zijn voorgekomen, werd bevestigend beantwoord door de eerste spreker Jeroen Bult. Hij gaf een uitgebreid historisch overzicht van de Duits-Amerikaanse betrekkingen na 1945.
Tijdens de Koude Oorlog zijn de betrekkingen tussen de Verenigde Staten en Duitsland meerdere malen onder druk komen te staan, aldus Bult. De heren bondskanseliers en Amerikaanse presidenten hielden er met grote regelmaat niet al te beste verstandhoudingen op na. Gezien de meer recente ontwikkelingen in de Duits-Amerikaanse betrekkingen onder Bush, is er wat dat betreft maar weinig veranderd. In 2001 heeft er echter, in zeer korte tijd, een duidelijkere omslag plaatsgevonden. Een lange periode van zekere vriendschap veranderde snel in een sfeer van grimmigheid. Bult somt achtereenvolgens allerlei oorzaken voor deze ontwikkeling op: de terugtrekking van Bush uit het Kyoto-verdrag, de opzegging van het ABM-verdrag en, na de aanslagen van 11 september 2001, de aanpak van het terrorisme en, uiteraard, ook de kwestie Irak.
Ornstein, zelf bestuurslid van de Nederland-Duitslandconferentie, stipte in de discussie nog een andere oorzaak aan voor de snelle achteruitgang van de betrekkingen tussen de Verenigde Staten en Duitsland. Volgens hem ligt voornamelijk de verkiezingscampagne van Schröder ten grondslag aan de grimmige sfeer tussen de twee landen. In deze campagne werd door baby-boomer Schröder de impact van de Tweede Wereldoorlog en de daaruit resulterende opvatting nie wieder krieg meesterlijk gebruikt om in te spelen op de sentimenten van het Duitste electoraat. Door middel van deze verkiezingsretoriek maakte Schröder de betrekkingen tussen Duitsland en de Verenigde Staten in de oorlog tegen het terrorisme tot inzet van de verkiezingen.
Bult sloot zich aan bij de mening van Ornstein en voegde er nog aan toe dat deze Duitse stellingname opvallend tegenstrijdig is, aangezien Schröder en Fisher nog korte tijd voor de verkiezingen dit oorlogssentiment eigenlijk van zich af wilden schudden. Ze maakten zich zelfs meerdere malen hard vóór politiek-militaire emancipatie.
Hans Terlouw ging specifiek in op de houding van Duitsland en de dicussie omtrent het buitenlands en veiligheidsbeleid van Europa. Hij gaf aan dat de interne discussie in Duitsland een belangrijke rol speelt in de formulering van het buitenlands en veiligheidsbeleid, vaak belangrijker dan dikwijls in het buitenland wordt aangenomen. Terlouw betoogde dat elk land een bepaalde historische ontwikkeling heeft doorgemaakt, met als resultaat een bepaalde politieke cultuur met bepaalde normen en waardenoriëntaties, uitgangspunten en beleidsvoorkeuren. Hetzelfde geldt dus voor onze Duitse buren.
Reeds in de periode van het gedeelde Duitsland golden voor de Bondsrepubliek al vier ‘grondoriëntaties’ die destijds, en ook nu nog, essentieel waren voor het Duitse buitenlands en veiligheidsbeleid. Ten eerste was er sprake van de westelijke oriëntatie, hetgeen tot uitdrukking komt in de sterke band en nadruk op de betrokkenheid van Amerika bij de Europese veiligheid. De Amerikanen zijn na de Tweede Wereldoorlog voor de West-Duitsers altijd de belangrijkste militaire bondgenoot geweest. Dit ging dan ook altijd gepaard met een heel sterke binding met westelijke waarden, zoals democratie en marktwirtschaft
Als tweede grondoriëntatie noemt Terlouw de voortdurende multilaterale oriëntatie. Al die vijftig jaar dat de Bondsrepubliek bestaan heeft, is er meegewerkt aan de stimulering van internationale samenwerkingsverbanden en de oprichting van internationale organisaties. Voorbeeld is de Conferentie van Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE), een samenwerkingsverband dat met name op initiatief van de Duitsers tot stand is gekomen.
De derde grondoriëntatie is het civiele karakter van de politiek van Duitsland. Mede doordat militarisme in Duitsland op veel interne weerstand stuit, zet het land zich in voor een civilisering van de internationale betrekkingen. Dat houdt in dat de Duitsers zich altijd sterk maken voor conflictpreventie en -voorkoming via de internationale samenwerkings-verbanden. Dit was ook nog zichtbaar afgelopen februari, toen Duitsland als één van de weinige landen dwars lag ten opzichte van de Amerikaanse invasieplannen van Irak.
De vierde en laatste grondoriëntatie die Terlouw in zijn betoog betrekt, is het Eurocentrisme. Als geen enkel land in Europa had Duitsland baat bij de Europese integratie, aldus Terlouw. Door te integreren in supranationale instellingen, kwam Duitsland op hetzelfde niveau als zijn voormalige bezettingsmachten. Een ander positief effect was dat deze koers het noodzakelijke vertrouwen bij het Westen en andere landen wekte.
Amit das Gupta ten slotte, stelde dat de Bondsrepubliek na de Tweede Wereldoorlog voornamelijk de rol van modelleerling heeft gespeeld in de internationale politiek. Duitslands ‘negatieve’ geschiedenis en de daaruit resulterende sterke drang naar herstel van het diep geschonden vertrouwen van de internationale gemeenschap, hebben geleid tot een vredespolitiek met een sterk humanitair aspect, zowel in de Bondsrepubliek als het herenigde Duitsland. De Bondsrepubliek wilde niet alleen laten zien dat ze van de geschiedenis had geleerd maar dat ze ook een voorbeeld wil zijn voor andere landen.
Duitsland is niet langer bereid voor de Europese integratie te betalen. Dat is één van de twee trends die de panelleden in het buitenlands en veiligheidsbeleid van Duitsland verwachten voor de komende periode. De slechte economische situatie waarin Duitsland momenteel verkeert, met daarbij de hoge werkeloosheid, leiden meer en meer tot binnenlandse politieke druk zich meer te bekommeren om de problemen in die heimat. Het land zal zich internationaal dan ook steeds meer gaan uitspreken over nationale belangen, woorden die lange tijd uit de vocabulaire van de Bondsrepubliek verdwenen waren. Duitsland zal daarnaast na de komende uitbreiding van de Europese Unie veel meer een spilfunctie gaan vervullen en de toetredende landen zullen zich meer op Duitsland gaan richten. De oude as Parijs-Berlijn is mede daardoor volgens Terlouw steeds meer aan erosie onderhevig.
Ondanks dat sinds de val van de Muur Duitsland zijn troepen meerdere malen heeft ingezet (bijvoorbeeld in Somalië, Bosnië, Oost-Timor, Kosovo, de Caucassus, Macedonië, Afganistan) blijven de Duitsers een innerlijke strijd voeren ten aanzien van oorlog. Dit is een gevoel dat zich diep in de harten van de Duitsers heeft geworteld en dat zijn stempel zal blijven drukken op toekomstig beleid. Zowel Duitsland als Europa met haar gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (EBVB) zien militaire inzet niet als enige oplossing voor de oplossing van conflicten. Multilaterale samenwerking in instellingen zoals in het EBVB en de VN zullen het civiele karakter van de Duitse buitenlandse politiek alswel de Europese buitenlandse en veiligheidspolitiek blijven benadrukken.
Op de vraag of Amerika structureel minder belangrijk aan het worden is voor Duitsland, antwoordden de panelleden tijdens de bijeenkomst ontkennend. Jeroen Bult: ‘De politieke betrekkingen met de Verenigde Staten zullen van een hoog niveau blijven zolang er geen geloofwaardig veiligheidsalternatief is voor de NAVO.’
Het initiatief voor de bijeenkomst kwam mede tot stand in het kader van het ‘Duitsland- programma’, gecoördineerd door het Duitsland Instituut Amsterdam. Transcripties van de sprekers zijn binnenkort na te lezen op deze site.
Paul Geerts is voorzitter van Stichting JASON