student institute of peace- and security issues
student institute of peace- and security issues
Door Edwin van Bostelen - “Goede middag kapitein”, zei ik, terwijl ik mijn natte haren uit mijn gezicht veegde en de deur van de brug sloot. Op de brug was het stil, maar op de achtergrond klonk het zware geronk van de onvermoeibare 9 cilinder op volle toeren. De kapitein staarde uit het raam. “Smiddags”, klonk een rokerige bromstem van de bakboordse brugvleugel. Aan dek stond een lading hout vastgesjord onder golvende blauwe zeilen. De twee ruimen waren gevuld met een lading telefoonpalen, papier en rollen staal.
Meer dan twaalf uur was ik in touw geweest om samen met de eerste stuurman de chaos van het laden en lossen op de rails te houden. Alles in mijn lichaam deed pijn, het aantrekken van de zware sjorbanden over de deklading was me niet in de koude kleren gaan zitten. Ook had het nagenoeg non-stop geregend, wat voor veel vertraging had gezorgd bij het laden van het papier. Gelukkig waren we weer op zee.
Nu kon ik genieten van een goede kop koffie, en vier uurtjes betrekkelijke rust op de brug. Snel wierp ik een blik op de kaart, gevolgd door het gyrokompas en de radar. Eén meeligger op een mijl of zeven en één tegenligger op zes. Even ruiste de VHF. Ik speurde de horizon af naar de moeilijk te onderscheiden tegenligger. “Onze jongens van de grijze vloot zijn een end van huis”, zei de kapitein. “Zijn het Nederlanders?” vroeg ik licht geagaceerd. “Ja, ga maar even hallo zeggen”.
Ik pakte een oude verrekijker van de brug. Met een lichte dosis tegenzin daalde ik af van de zeven trappen, ik was het ‘nautische weer’ inmiddels meer dan beu. Toen het fregat bijna dwarsscheeps van ons was, maakte ik de lijn van de vlag los van de kikker. Met snelle halen trok ik de lijn naar beneden en de vlag daalde neer van de mast. Al spoedig raakte ik verstrikt in de natte vlag van 2,5m x 4m die zich kranig verzette onder invloed van de stevige zuidwesterwind. Na enig gevecht lukte het toch om de vlag netjes op te vouwen, en belangrijker nog, van het dek af te houden. Nu begon het ware schouwspel. Aan de overkant leek het stil. Of nee, twee man kwamen naar buiten. Daar ging de vlag. Strijken, hijsen, klaar. Snel hees ik de vlag ook weer. Voor de tweede maal koud en nat keerde ik terug; mijn hommage aan de grijze vloot voltooid.
Het ‘salueren van de vlag’
Wat is de herkomst van deze idolatrie? En waarom al die moeite? Het ‘salueren van de vlag’ is een oud zeemansgebruik. In 1707 richtte Engeland en Schotland tezamen door middel van de ‘Acts of the Union’ één van ’s werelds eerste geheel voor oorlogsvoering toegewijde marines op; ‘The Royal Navy’. De schepen bewaakten de kustlijn en beschermden de Britse koopvaardijvloot op hun lange reizen. Teneinde controles op contrabande uit te voeren in de Britse wateren, moesten koopvaardijschepen de zeilen strijken en lij maken om de bemanning van de marineschepen aan boord te laten. Met het einde van het imperialisme eindigde ook gestaag het strenge controleren van passerende schepen. Koopvaardijschepen van bevriende staten kregen in toenemende mate ‘het recht van vrije doorvaart’ door de territoriale wateren. Het controleren van àlle schepen binnen de nationale wateren was dan ook niet langer noodzaak. Daarmee taande ook het gebruik van het strijken van de zeilen en evolueerde tot het strijken van de vlag bij wijze van eerbetoon aan de marinesoevereiniteit. Koopvaarders wereldwijd hebben het gebruik overgenomen. En het is, tot op de dag van vandaag, een gebruik bij koopvaardij en marine.
De Nederlandse marine was, naast de Britse, Portugese en Spaanse, in de Gouden Eeuw één van de machtigste ter wereld. Zij maakten de dienst uit op zee. Grote admiraals als Tromp en De Ruyter leidden onze Nederlandse marinevloot door deze periode heen. Dit was de tijd van de ‘mannen van staal en de schepen van hout’. De mannen die een zeeslag niet schuwden en het Nederlandse territoir wisten te handhaven tegen machtige maritieme grootmachten als de Britse. Zij trotseerden zeeziekte en scheurbuik om het boegbeeld te zijn van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De Nederlandse bevolking eerde hun grote admiraals. Zij hadden hun bestaan immers grotendeels te danken aan de bescherming die de marine hen bood.
In de daaropvolgende 300 jaar evolueerde de Nederlandse marine tot een modern bedrijf. Fregatten, mijnenjagers, bevoorradingsschepen, onderzeeërs, landingsvaartuigen, helikopters, vliegtuigen, en zelfs een vliegdekschip. We hadden het allemaal. Maar met de tijd verdween de Nederlandse marine ook uit het oog van de burger. Welke burger kent nog de naam van Nederlandse admiraal anno 2009? Ikzelf ken ook slechts de namen van enkele grote admiraals uit de Gouden Eeuw. Hun namen prijken dan ook nog immer op de zijden van onze huidige generatie marineschepen. Maar is de Nederlandse marine dan allemaal vergane glorie?
De marine anno 2009
Met de opkomst van de Verenigde Naties en de Europese Gemeenschap veranderde de positie van de Nederlandse marine drastisch. Het politieke klimaat na de Tweede Wereldoorlog was niet langer gericht op het individuele land, maar op coöperatie en coëxistentie. Vrede was het uitgangspunt, en bij escalatie van een conflict moest door samenwerking een vuist gevormd kunnen worden tegen een vijand van buitenaf. Hierdoor veranderde ook de taak van de marine. Van een verdedigings- en beschermingstaak verschoof hun taak naar een meer controlerende en ondersteunende taak. Toenmalig minister Bot van buitenlandse zaken omschreef de taak van de marine in 2005 als volgt:
‘Defensie heeft drie hoofdtaken: de bescherming van de integriteit van het eigen en bondgenootschappelijke grondgebied, de bevordering van de internationale rechtsorde en stabiliteit en de ondersteuning van civiele autoriteiten bij rechtshandhaving, rampenbestrijding en humanitaire hulp, zowel nationaal als internationaal. In het kader van de drie hoofdtaken van Defensie levert de Koninklijke Marine een bijdrage aan de veiligheid vanuit en op zee. De Koninklijke Marine kan daartoe door de Regering onder andere worden ingezet voor het tegengaan van smokkel, het handhaven van een embargo, het assisteren van schepen in nood en het beschermen van koopvaardijschepen’.
Maar wat doet de marine eigenlijk in haar dagelijks bedrijf? Opvallend is dat het beschermen van koopvaardijschepen in de afgelopen 300 jaar van een tweede naar een laatste plaats is verhuisd. Daarnaast heerst hier al 64 jaar vrede. En embargo’s in Europa hebben we ook al niet. Ligt de Nederlandse marinevloot dan soms maar ongebruikt weg te roesten in de Helderse haven?
Nee. De Nederlandse marine is tot op de dag van vandaag zeer actief. Ze assisteert bij internationale vredesoperaties in naam van Nederland voor de Verenigde Naties en de Europese Gemeenschap. Daarnaast handhaaft ze nationaal drugsbeleid op de Noordzee en de Nederlandse Antillen en Aruba. Ook participeert zij in de Kustwacht, die zorg draagt voor veiligheid, Search & Rescue en handhaving van visserij- en douanebeleid in de Nederlandse territoriale wateren. Verder zorgen Nederlandse mariniers voor terrorismebestrijding en assistentie bij humanitaire hulp, en nemen zij deel aan ernstoperaties in Afghanistan en Tsjaad. Recente ontwikkelijkingen omtrent zeeroverij hebben zelfs de bescherming van de Nederlandse koopvaardij weer in de lijst der prioriteiten doen stijgen: vanaf augustus heeft NLMARFOR de tactische leiding over operatie ATALANTA, de militaire campagne van de EU voor piraterijbestrijding. Deze greep uit de vele activiteiten waar de Nederlandse marine bij is betrokken toont zonder meer aan dat de Nederlandse marine nog immer recht van bestaan heeft. Daarvoor heeft zij dan ook een ultra moderne, bescheiden, maar zeer goed uitgeruste vloot tot haar beschikking.
De taak van de marine strijkt zich anno 2009 verder uit dan louter de veiligheid van Nederland en de omliggende landen. Het betreft een rol in de coulissen, ten behoeve van de hele wereldbevolking. Wij kennen de admiraals niet meer, maar zien nog steeds hun daden op televisie.
Maar een gebrek aan bekendheid en interesse bij de Nederlandse burger voor wat er zich op zee afspeelt, zijn voor mij geen motivatie om niet op zijn tijd waardering te tonen voor wat de mannen en vrouwen, die de zeven zeeën trotseren, voor Nederland betekenen. Ze houden gezamenlijk de Europese economie draaiende en zetten Nederland als handelsland op de kaart. Hieraan ontlenen wij onze welvaart en daar mogen wij met zijn allen best trots op zijn.
Epiloog
Zolang de Koninklijke marine nog immer Nederlandse koopvaardijschepen assisteert, het Nederlands grondgebied voor gevaar behoedt en zinvolle activiteiten ten behoeve van Nederland als land in internationaal verband ontplooit, zijn zij voor mij het saluut nog steeds meer dan waardig. Het saluut is voor alle mannen die mijn collega’s behoeden van de zeerovers in Afrika. Voor de mannen die mijn collega’s uit de zee redden na een schipbreuk en verstekelingen uit verre landen overnemen. Voor de mannen die de Nederlandse staat vrij houden van terrorisme, grote partijen drugs en smokkelwaar. Voor de mannen die bommen onschadelijk maken uit de netten van vissers. Voor de mannen die meehelpen de visstand in de Noordzee op peil te houden. Voor de mannen die konvooien met humanitaire hulpgoederen door oorlogsgebieden begeleiden. En ook is het saluut voor alle vrouwen die naast de mannen inmiddels hun weg hebben weten te vinden bij de marine. Wat mij betreft gaat de nationale driekleur nog immer omlaag!
Edwin van Bostelen
Maritiem Officier & 2de jaars Student (Zee)Recht Universiteit Leiden